Doorgaan naar hoofdcontent

George Monbiot. How did we get into this mess? Politics, Equality, Nature. London/New York: Verso, 2016.

Ik zit geloof ik te weinig in mijn bubbel. Altijd op Twitter maar die mensen volgen die zichzelf reuze stoer vinden omdat ze tegen de islam zijn, of juist omdat ze moslim zijn, of omdat ze boos zijn op mensen die tegen moslims zijn, of allerlei andere onbenulligheden. Wat fijn is het dan om eens een heel boek te lezen vol onversneden linkse columns, zoals George Monbiot in The Guardian schrijft:
Verlichting zoeken, op een intellectuele of een spirituele manier; goed doen; liefhebben en geliefd worden; scheppen en onderwijzen; dit zijn de hoogste doelen van de mensheid. Als het leven betekenis heeft, is het hierin gelegen. 
Wie van een top-universiteit afstudeert heeft meer kans om zo'n doel te vinden. Waarom eindigen zo velen dan in zinloze en destructieve banen? Financiën, management-consultancy, reclame, public relations, lobbyen: dit en andere nutteloze werkzaamheden eten duizenden van de slimste studenten om. Zo'n baan accepteren als je afstudeert is het leven vlakbij de basis amputeren.
De columns zijn nu gebundeld in How did we get into this mess?, en ze zijn een genoegen om te lezen omdat ze scherp zijn, goed geformuleerd, en omdat ze de dingen zeggen zoals ze zijn. Er wordt om de een of andere reden regelmatig geklaagd dat 'het rechtse geluid' zo zelden in de Nederlandse kranten wordt gehoord. Als je Monbiot leest, merk je dat het linkse geluid eigenlijk ook ontbreekt: iemand die week in week uit sociale misstanden aanklaagt, de ratrace die ons allen gek en ongelukkig maakt en die de wereld uitput, het gebombardeerd van vreemde landen terwijl we klagen over terrorisme, de manier waarop we kinderen en jongeren in toom proberen te houden.

Dat is het linkse levensgevoel: het verlangen naar vrijheid, voor iedereen, proberen niet geborneerd te zijn, erkennen dat de waarde van het leven er in gelegen is dat je jezelf en de wereld om je heen beter leert begrijpen. Dat dit moeilijk is, maar ook mooi. Dat we de wereld moeten proberen te behouden om haar ook beter te kunnen begrijpen. Dat we niet aan de leiband moeten lopen van degenen die denken dat hun manier van de wereld zien de enige is, de neutrale, en die ons daarom bijna om het leven brengen met hun geneuzel.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …