Doorgaan naar hoofdcontent

Marjolijn Februari, De literaire kring. Amsterdam: Prometheus, 2007.

De literaire kring van M. Februari is een boek van voor de klap, een boek over onschuldiger tijden. Het verscheen tien jaar geleden, in 2007, en gaat over de nasleep van gebeurtenissen van nog eens tien jaar eerder. In 2007 was zo ongeveer iedereen het erover eens dat 'wij van de elite' in de tweede helft van de jaren negentig wel erg naïef waren geweest. Wat een hoerastemming had er geheerst over hoe goed Nederland het deed! Had premier Kok, het saggerijnige boegbeeld van die elite, op zeker moment niet in de Kamer voorgesteld om nu maar de wave te doen met zijn allen? En moest daarvoor niet onder allerlei tapijten worden geveegd wat een schandelijke uitwerking onze successen hadden op het leven daarbuiten? En had 9/11 ons niet sowieso wakker geschud?

Schandaal

De leden van de literaire kring waarover Februari's roman gaat verwijzen in ieder geval regelmatig naar 9/11. In de tijd die daarna komt moet je niet meer komen aanzetten met onbenullige niemendalletjes. Diepgravende boeken willen ze lezen. Boeken waarin je de mens in al zijn diepte leert kennen. Boeken die geëngageerd zijn en de grote problemen aangrijpen. Behalve, zo blijkt al betrekkelijk snel, als die grote problemen hen echt en persoonlijk betreffen – als het desbetreffende boek misschien weleens zou kunnen blootleggen hoe corrupt ze zelf tien jaar geleden zijn geweest, toen een lid van de leesclub zonder scrupules vervuilde glycerine aan Haïti verkocht zodat daar tientallen kinderen stierven na een hoestdrank te hebben genomen waarin die glycerine zat. Februari's boek is een interessante ideeënroman die onder andere gaat over de vraag wat literatuur eigenlijk betekent. Heeft het zin om schandalen in een boek aan de orde te stellen? Vooral als degenen die dat boek lezen hun literaire smaak vooral gebruiken om zichzelf en hun omgeving te bevestigen in hun goede smaak en hun morele kracht? En het boek stelt ook zelf een schandaal aan de orde.

Vloeiend

Tegelijkertijd is dit boek in het voorjaar van 2007 verschenen. Dat was voor de grote klappen op de beurs, die de corruptie van de elite pas echt voor iedereen in het westen – zelfs voor die elite zelf – voelbaar heeft gemaakt. We weten inmiddels ook dat zelfs dit nauwelijks tot ingrijpen heeft geleid in het bankwezen of andere corrupte groepen in de samenleving. Terwijl tegelijkertijd 'de elite' wel enorm verdacht is gemaakt door politici en bepaalde nieuwe media, waarbij geen verschil wordt gemaakt tussen economische en culturele elite. Die verdachtmakingen zijn niet eens helemaal onterecht, zoals dit boek laat zien. Iedereen die pretendeert alleen maar lid te zijn van de culturele elite, alleen maar kunstenaar en geen enkel deel te hebben aan de puissante rijkdommen van de Zuidas, bedriegt zichzelf. Die elites lopen wel degelijk vloeiend in elkaar over.

Vergiftigd

Maar Februari maakt, achteraf bezien, nog meer nuances zichtbaar. Dat het ook onzin is om te denken dat de opstand van de 'gewone man' tegen de elite er een is van het platteland tegen de verwende stadsbestuurder. De leden van de literaire kring wentelen zich juist behaaglijk in het dorpsleven in het midden van het land: op zaterdag lopen zij in hun dorpskern rond als gewone mannen, bij de bakker en de slager, met in hun binnenzak hun mobieltje (dit was de tijd van net voor de smartphone) dat hen met de hele wereld verbindt. Zoals ook de ware tragedie natuurlijk in dit boek verstopt is, een tragedie waar we misschien pas over tien jaar aan toe komen. Dat alle geklaag van PVV-stemmers en Nederlandse moslims en wie niet al over hoe verschrikkelijk ze achtergesteld worden bij de elites, uiteindelijk verbleken. Hoe al die PVV-stemmers en Nederlandse moslims uiteindelijk zelf net zo goed behoren bij de elites, vergeleken met degenen die op Haïti en elders wonen en die, wie weet, nog steeds vergiftigd worden door onze hoestdrank.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …