Doorgaan naar hoofdcontent

Paulien Cornelisse. De verwarde cavia. Eigen beheer, 2016.

"Eindelijk!", roept het omslag van dit boek uit. "Een boek over een cavia die op kantoor werkt!" En zo is het – de cavia's die verzot zijn op nietmachines en ontnieters waren tot nu toe ernstig ondervertegenwoordigd op de vaderlandse boekenmarkt.

Het is een goede samenvatting van dit boek, hoewel het over heel wat meer gaat. We leren de kantoorgenoten van de cavia kennen, vier echte kantoortypes (de IT'er op de rand van de burnout, de vrouw die ineens op de afdeling wordt gedumpt van Distributie). De (verwarde) cavia heeft het bovendien eerst het een en ander te stellen met een ex die haar de hele tijd op de hoogte blijft houden van zijn zieleroerselen tot hij ineens met een ander gaat trouwen. En ze (ze is een ze, toch?) ontmoet een medecommunicatiedeskundige, Enzo, die uiteindelijk zijn baan opgeeft om een goulashbus te beginnen, en die haar er uiteindelijk – spoiler alert – toe beweegt met hem door Europa te gaan toeren. 

Nee, eigenlijk doet het er natuurlijk niet toe waar het boek over gaat, of wat het verhaal is. Dit boek is geschreven voor de dialogen, of zelfs voor de losse zinnetjes. De verwarde cavia staat vol zinnetjes die je de hele dag om je heen hoort, maar nooit in een boek leest. En als ze er dan ineens staan, vraag je je ineens af hoe ze in elkaar zitten: 'Koffie iemand?' bijvoorbeeld. ('Iedereen koffie', is de volgende zin.)

Of zinnen als: "'Ruud is een lul, maar daar is hij uiteindelijk zelf het slachtoffer van.' Kim was op cursus geweest."

Cavia is als communicatiemedewerker (eigenlijk zit ze de hele dag te googelen op bizarre ziektes, maar af en toe gooit ze er een nieuwsbrief uit, je komt natuurlijk in het hele boek zelfs niet bij benadering te weten wat het bedrijf nu eigenlijk in de aanbieding heeft) natuurlijk heel blij als ze af en toe zelf zo'n zinnetje weet. "Ik pak dat op" zegt ze dan ineens en tot haar grote tevredenheid.

De verwarde cavia is zo een mengeling van Toon Tellegen en The Office, maar vooral, omdat het Paulien Cornelisse is, stiekem toch vooral een boek over taal.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …