Doorgaan naar hoofdcontent

Nachoem M. Wijnberg. Van groot belang. Amsterdam/Antwerpen: Atlas/Contact, 2015.

De speltheorie is een wiskundige theorie over strategieën. Wanneer je je in een 'spel' bevindt, een situatie met een aantal duidelijk omschreven regels en een duidelijk omschreven doel (winnen), hoe kun je uitrekenen welke mogelijke stap de verstandigste is?

Het bekendste voorbeeld van zo'n spel is het prisoner's dilemma: jij en je vriend zijn opgepakt en je zit gescheiden van elkaar in aparte cellen. Je krijgt (weet je) allebei hetzelfde voorstel: wanneer je allebei ontkent, krijg je allebei een half jaar straf, wanneer jij bekent en je vriend ontkent, krijg jij niets en je vriend een jaar, wanneer jullie allebei bekennen, krijg je allebei drie jaar. Wat doe je?

De speltheorie komt regelmatig voor in Nachoem Wijnbergs magistrale bundel Van groot belang: hij wordt een paar keer expliciet genoemd, maar ook doen veel regels (of paragrafen, of hoe noem je dat) denken aan regels (of bepalingen, of hoe noem je dat) uit de speltheorie:

Je gaat naar de paardenraces en je wedt niet eens, omdat je denkt dat díe gaat winnen en als je nog eens denkt weer díé ander.

Ze laten je binnen omdat ze denken dat je om hoge bedragen wedt, maar je hebt niet eens geld in je zakken, en zo ga je ook weer weg.

De speltheorie kan een bijzonder effect hebben op je geest. Je kunt van alles en nog wat in haar licht zien. Hij wordt dan ook niet alleen meer in de economie toegepast maar ook in allerlei andere vakken (er zijn bijvoorbeeld vrij overtuigende voorbeelden van toepassingen van de speltheorie op de menselijke conversatie).

Tot de poëzie is de speltheorie nog niet doorgedrongen en terwijl ik deze bundel las, vroeg ik me af waarom niet. Ze zijn voor elkaar gemaakt – de onbeperkte mogelijkheden die ze bieden om de meest ingewikkelde scenario's te bedenken, absurde werelden voor te stellen met hun eigen regels en dan te gaan berekenen wat je zou moeten en kunnen doen als je in die wereld leefde.

De poëzie breidt de mogelijkheden van de speltheorie bovendien uit: nu kan ineens werkelijk alles, zelfs de rationaliteit hoef je niet meer aan te nemen. En zo kun je je domein nog veel verder uitbreiden, naar de geschiedenis bijvoorbeeld, of naar het recht, of naar de oorlog. Of wat niet al.

Dat komt dan ook allemaal aan bod, in deze, ik zei het al, magistrale bundel. Het komt niet vaak voor dat je langzaam maar zeker een vreemde wereld wordt ingetrokken waarin op het eerste gezicht allerlei willekeurige mededelingen worden gedaan, maar waarin uiteindelijk een bijzondere orde zit.

Een orde die tegelijkertijd voortdurend wordt aangetast: sommige gedichten zien eruit als proza en hebben dan een kort bijna lyrisch (helemaal lyrisch wordt het nooit) envoi, in sommige gedichten is het andersom. En het laatste gedicht heeft een titel die langer is dan sommige van de kortere gedichten in de bundel.

Terwijl er, tegen het einde, dan ook een reeks gedichten is met allemaal dezelfde titel: De Joden, en hun ingewikkelde verhouding met het 'spel' dat de geschiedenis is, en de economie, en alles eigenlijk: 'De Joden hebben weer eens gewonnen' is de eerste regel van het laatste gedicht dat De Joden heet. De volgende regels luiden dan:

De Joden hebben weer eens gewonnen,
en zitten op rieten stoelen
(op straat achtergelaten
omdat ze een poot misten)

Want er valt af en toe te lachen om deze gedichten: door het volkomen openbreken en serieus beschouwen van alle mogelijkheden komen er natuurlijk geregeld allerlei zaken voorbij die absurd zijn of klinken.

Want zo is de bundel: ze laat je de wereld heel anders bekijken, als een verzameling mogelijkheden waarover je enigszins onthecht kunt redeneren. En die je misschien net zo min kunt 'winnen' als het prisoner's dilemma, simpelweg omdat je niet weet welke strategie je tegenstander kiest.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…