Doorgaan naar hoofdcontent

Gerrit Krol. De chauffeur verveelt zich. Amsterdam: Querido, 2013 (1973).

Het gevoel dat ik krijg als ik Gerrit Krol lees, is moeilijk onder de woorden te brengen. Er zit een toon in die zinnen die me ergens raakt waar andere schrijvers me niet raken. Het is net alsof er meer resoneert bij die zinnen dan bij die van veel andere schrijvers.

Misschien komt het doordat Krol een van de eerste schrijvers was van wie ik heel veel las. Maar er zit ook meer in. Sympathiek is de hoofdpersoon van dit boek – die Gerrit Krol heet – niet. Hij is nogal seksistisch, zoals geloof ik alle mannen in al Krols boeken, en nogal egocentrisch, nors en in zichzelf gekeerd. Een paar keer beweert hij dat hij zo goed is in het beschrijven van gevoelens, maar tegelijkertijd maakt hij duidelijk dat hij die gevoelens verder nauwelijks toont (hij kan niet huilen) of heeft. En toch voel je je (ik me) al snel helemaal binnen in die schrijver zitten.

De boeken die hij schrijft zijn de boeken van over vijftig jaar, zegt hij een paar keer. Inmiddels zijn we 43 jaar verder, maar ik geloof dat de tijd nu wel wat vaart moet gaan maken, want ik heb niet de indruk dat Krol nog enorm veel gelezen wordt.

Dat is wel heel onterecht. Het verhaal is best te volgen en tegelijkertijd wordt er in dit boek (net als bijvoorbeeld in Het gemillimeterde hoofd) diep nagedacht over de vraag wat een afbeelding precies is, wat een beschrijving. Wanneer kun je zeggen dat je iets precies beschreven hebt? Krol probeert niet alleen een roman te schrijven, hij verdient tegelijkertijd zijn geld als computerprogrammeur – iemand wiens teksten de wereld niet alleen heel nauwkeurig beschrijven maar ook veranderen.

Tegelijkertijd loopt zijn leven, ondanks al dat gebeschrijf af en toe behoorlijk uit de hand. Die gevoelens die hij zo goed kan beschrijven vormen eigenlijk een onderstroom die hij nauwelijks begrijpt; zijn gevoelens voor vrouwen heeft hij in ieder geval niet onder controle. Tegelijkertijd merk je dat van die gevoelens natuurlijk indirect toch weer alleen uit de geschriften.

En verder is Krol natuurlijk de ongekroonde koning van de beschrijving van een onderwerp dat je verder in de literatuur nauwelijks tegenkomt: dat van de kantoorbaan. Alleen in de eerste roman van Houellebecq ontdek je een soortgelijke sfeer, af en toe. Wat een schrijver!

Reacties

Populaire berichten van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …