22.11.15

Andreas Burnier. Het jongensuur. Amsterdam: Augustus, 2015

Ik geloof dat Het jongensuur het eerste volwassen literaire werk was dat ik ooit op eigen initiatief , dat wil zeggen zonder dat een volwassene me erop gewezen had, las. Waarom dat boek? Ik zou het met geen mogelijkheid durven zeggen. Zoals ik me ook weinig ervan kan herinneren, behalve de sfeer en de opwinding dat ik zo'n volwassen boek begreep.

Nu vraag ik me natuurlijk af of ik het echt begreep. Ik denk bijvoorbeeld niet dat ik toen kon inzien wat ik nu denk: dat het een van Burniers talenten was om een boek over de tweede wereldoorlog te schrijven dat die oorlog overstijgt, dat zelfs dat grote, diepe thema een illustratie laat zijn van een immens verdriet — het verdriet om er niet bij te horen, het verlangen om dat wél te doen.

Simone, de hoofdpersoon van dit boek, gaat gedurende de paar onderduikjaren van het ene gezin naar het andere: nu eens socialisten, dan weer antroposofen en uiteindelijk ook streng gereformeerden. Allemaal hebben ze grote overtuigingen, bij niemand hoort Simone, ook geestelijk niet. En ja, ze is joods, maar zelfs de mensen die de moffen komen bestrijden blijken vaak mannen, en die mannen, daar hoort ze niet bij, omdat ze vrouw is. Zodat ze zelfs als de oorlog is afgelopen nog wordt weggestuurd uit het zwembad. Het is immers het jongensuur.

Zelden is de eenzaamheid doordringender beschreven in de Nederlandse letteren als in dit boek. Overal wil Simone bij horen, een man wil ze zijn, en blond, en ruw, en niemand ziet haar zoals ze wil zijn.

Wat me nu trouwens ook opviel: het belang van geuren. Bij allerlei locaties en personen wordt stilgestaan bij hoe ze ruiken: zo'n geur, zoiets dat nauwelijks te analyseren en al helemaal niet te beschrijven valt, dat is natuurlijk de identiteit bij uitstek.

Wat een weergaloos boek.

 

Geen opmerkingen: