8.9.15

Martijn Benders. Sauseschritt. Amsterdam: Van Gennep, 2015.

Op pagina 41 van Sauseschritt, de nieuwe bundel van Martinus Benders, staat een gedicht – dat is nogal logisch, want op bijna iedere pagina in deze dikke bundel staat een gedicht. Maar let op! Dat gedicht heet De wolken en luidt als volgt: 'De hele godvergeten dag / dat afschminken van de hemel moeten aanzien. // Nooit komt een gezicht tevoorschijn / Niet eens een fatsoenlijke rimpel. // Alleen maar / dat afgrijslijke babykamertjesblauw. / Het zegt alles, het zegt genoeg.'

Dat gedicht – dat alleen al vanwege het laatste woord van de een na laatste regel zijn gewicht in goud waard is, roept kennelijk een ander gedicht op, een prozagedicht dit keer, dat wat kleiner is afgedrukt op dezelfde pagina, Kinderachtig: 'Misschien is het gewoon kinderachtig om mezelf af te vragen of ik een relatie met je zou willen aangaan. Mensen noemen me vaak de man van de blauwe pagina's. Ik heb inderdaad nog nooit iets meegemaakt wat een vermelding op papier waard was behalve dan misschien dat ik af en toe in een heel klein spiegeltje kijk. // En aan hen die vragen of ik wel eens om negen uur in de ochtend een lepeltje heb gekust dat een bepaalde dame gebruikte om yoghurt te eten ga ik enkel formeel antwoord geven, omdat zelfobsessie nu eenmaal mijn forte is.'

Dit gedicht geeft commentaar op het vorige (het spiegeltje) en weerspiegelt het in zekere zin – het babykamertjesblauw is hier het blauw van de (Facebook)pagina's –, maar het wordt zelf ook nog weer becommentarieert in een nog kleiner afgedrukt gedicht: "Je slaapt als een trein. / De vreselijke yoghurtman in het donker. / De natuur is een taal. Kun je niet lezen?'

Die ene pagina 41 geeft de ervaring van Sauseschritt in, ehm, nou, in één pagina: dat van een hoorn des overvloeds, dat van een stroom die kolkt en spat: het gaat almaar door, ieder gedicht roept het volgende op, en hoewel de dichter 'nog nooit iets heeft meegemaakt wat een vermelding op papier waard was', is het papier tegelijkertijd niet groot genoeg om alles te bevatten, zodat hij wel steeds kleiner moet gaan schrijven. Eén afdeling van de bundel bestaat zelfs helemaal uit minutieus klein afgedrukte gedichten, ongeveer evenveel als een andere dichter in een hele bundel zou geven, maar dan afgedrukt op vier pagina's.

Er komen in deze wervelwind van taal allerlei thema's voorbij, maar de grondtoon is altijd een vitale. Er wordt gedicht en vertaald (een afdeling is een bewerking van het lange gedicht Het dode huis van Yiannis Ritsos en een deel een bewerking van 'De jongen die in een hert veranderde...' van Ferenc Juhász), er wordt gedated en gescholden en vooral wordt er heel, heel veel gedicht: een groot deel van de gedichten gaat over de poëzie, over hoe het moet, over het schrijven ervan, over de hartstocht voor de poëzie en de afkeer van poëzieavondjes. Maar alles vooral over leven, leven, leven!

Geen opmerkingen: