Doorgaan naar hoofdcontent

Marcel Proust. Swann's kant op. Amsterdam: Athenaeum, 2015 (1913)

Vertaling: Martin de Haan en Rokus Hofstede

Hoe zie je de wereld? Wat er om je heen gebeurt, hoe zie je dat? Er lopen, zodra je eenmaal volwassen bent, toch al snel allerlei lagen door elkaar heen. Alles wat er in het heden lijkt te gebeuren, is doordrenkt door wat je je in het leven hebt meegemaakt. Je kunt niet zomaar in bed liggen zonder dat alle andere bedden waar je ooit in gelegen hebt, op de een of andere manier aanwezig zijn in je huidige bed. Je kunt niet zomaar, jawel, een madeleine in de thee dopen zonder dat er ineens herinneringen naar boven komen aan je oudtante die ook de madeleine doopte in ook de thee.

Maar omgekeerd zie je dat verleden alleen maar door de bril van het heden en van alle verleden dat er ligt tussen toen en nu. Je kunt de liefde tussen de ouders van je geliefde, Gilberte Swann, wel proberen te reconstrueren, maar je legt er hoe dan ook iets in van je eigen verliefdheid op hun dochter.

Het is onzin om heden en verleden te scheiden, alles loopt in elkaar over.

En dan, als je schrijft, wordt het allemaal nog ingewikkelder. Ik ben geen Proust-kenner, maar over de structuur van Swann's kant op zou ik het volgende zeggen: het middenstuk, Een liefde van Swann, is een kleine, echt negentiende-eeuwse roman, met al die passages die zich afspelen op salons en dinertjes en waar allerlei personages zo kostelijk getekend worden – een soort Toergenjew op de overdrive, om te laten zien dat de schrijver dat ook in de aanbieding had, en niet alleen maar zelfreflectie. Maar het zit ook ingebed in die zelfreflectie en maakt er daardoor ook onderdeel vanuit. Het verhaal dat Marcel over Swann vertelt is natuurlijk ook een verhaal over Swann zelf.

Zoals het verhaal voor de lezer ook altijd een verhaal is over zichzelf – over de vorige keer dat hij A la recherche las, dat is voor mij inmiddels al ruim 20 jaar geleden. En over de toekomst waarin hij de andere delen ook weer eens gaat lezen. Dankzij deze mooie vertaling verheug ik me daar weer op.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …