9.8.15

Theodor Storm. der Schimmelreiter. Gutenberg, z.j. (1888)

Is het niet absurd om de brandende ambitie te hebben om dijkgraaf te worden, zoals Hauke, de hoofdpersoon van Der Schimmelreiter? Wat is dat voor ambitie, wat schiet je daarmee op om dat te zijn? Je hebt enorme zorgen, moet altijd werken, en boven je komt nog altijd de Oberdeichgraf te staan.

Toch is er niets dat Hauke liever wil dan dat. Hij brandt vanaf zijn vroegste jeugd van de ambitie, zet alles op alles om die ambitie te bereiken en zelfs wanneer hij de baan heeft wil hij bewijzen dat hij geen dijkgraaf is geworden omdat hij met de vrouw van de vorige dijkgraaf is getrouwd, maar omdat hij zelf zulke grote kwaliteiten heeft.

Het verhaal is natuurlijk een sprookje – er wordt duidelijk gemaakt hoe het is doorverteld, het komt volgens de verteller uit een tijdschrift, in dat tijdschrift vertelt iemand dat hij het heeft gehoord van een oude schoolmeester, en het heeft een soort mythisch einde, want Hauke blijft op zijn schimmel rond waren.

Het is een sprookje over modernisering: Hauke wil een nieuwe dijk bouwen op een nieuwe manier (er mogen geen levende honden meer worden ingegraven om de dijk te bewaken tegen gevaren) en daar ontstaat allerlei verzet tegen, ook al omdat hij zelf vooral van het nieuw ontstane land lijkt te profiteren. Maar het is vooral een sprookje over management.

Want is zo'n dijkgraaf niet gewoon een middle manager? En zijn er niet nog steeds honderdduizenden die ervan dromen om zo'n belangrijke positie te bekleden waarin ze allerlei veranderingen kunnen doorvoeren, ook als – juist als – niemand dat ziet zitten? Mensen die alles op alles zetten om zoiets belanrijks door te voeren en daar ook van mogen profiteren, bijvoorbeeld door een mooie schimmel (pardon, een auto) te kopen? En daar voor eeuwig op rond te rijden?

Geen opmerkingen: