22.7.15

Tjitske Jansen. Voor altijd voor het laatst. Amsterdam: Querido, 2015.

Op het omslag van Voor altijd voor het laatst is sprake van de 'vorige bundels' van Tjitske Jansen, en op de een of andere manier raak je daar toch door beïnvloed: het ziet er wel uit als proza, het lijkt ook bovendien een weliswaar ietwat brokkelig – maar lang niet zo brokkelig als het proza van Gerrit Krol – verhaal te vertellen, een autobiografisch verhaal bovendien, over een klein meisje –, maar kennelijk is het als poëzie bedoeld, of als vervolg op de poëzie.

En dat irriteert mij dan even. Want het proza is proza, zo heel veel meer zorg lijkt er niet aan besteed dan een andere prozaschrijver besteedt aan zijn proza, wat denkt die Jansen wel?

Maar gaandeweg raakte ik meegesleept en overtuigd. Het zijn niet alleen maar persoonlijke beslommeringen over een jeugd in de nieuwbouwwijk: hier wordt een heel leven tot nu toe (Jansen is een paar jaar jonger dan ik) verteld, een leven met een aantal ingrijpende gebeurtenissen (niet overdreven veel, maar ook niet niks), maar de toon is op de een of andere manier heel zuiver. Ze zegt de dingen wel degelijk mooi en helder, ze observeert goed. Ze vertelt bijvoorbeeld dat ze haar vader een keer een verjaardagscadeau bracht en toen merkte dat hij dat cadeau niet wilde hebben. Dat ze toen onmiddellijk samen met hem een ander cadeau is gaan kopen, en daarna nog een tijd bij hem thuis heeft gezeten" "Ik haalde het er meteen weer uit," schrijft ze dan, "omdat ik aan mijn vader zag dat hij het jammer vond als ik het cadeau weer mee naar huis nam. Ik heb onthouden dat ik eerst heb gezien dat mijn vader niet blij was met zijn cadeau. Ik heb onthouden dat ik een paar uur later zag dat hij was begonnen zich eraan te hechten. Maar wát ik heb gezien, uit welke observaties ik mijn conclusies trok, heb ik niet onthouden."

(Het volkomen door elkaar gebruiken van voltooid tegenwoordige en onvoltooid verleden tijd hoort trouwens op de een of andere manier heel erg bij de stijl van Jansen.)

Geen opmerkingen: