21.7.15

Harry Mulisch. Voer voor psychologen. Amsterdam: Bezige Bij, 2014 (1961)

"Leven zoals het gedrukt staat." Het wordt volgens Google slechts twee keer geciteerd op het gehele wereldwijde netwerk van computers, maar het lijkt mij een sleutelcitaat in het oeuvre en werk van Harry Mulisch.

De schrijver legt zelfs omstandig uit wat hij ermee bedoelt. Het leven buiten papier is een chaos, een baaierd van allerlei mogelijkheden en onbelangrijke details. Dat is dus eigenlijk geen leven. Pas op papier ontstaat er ordening (dat is wel vaker opgemerkt), maar vooral ook: selectie. De gebeurtenissen krijgen zin doordat ze niet verdrinken in een eindeloze brei van allerlei gedoe en gebazel. Er komt een lijn in, en precies daardoor kan de schrijver zeggen dat hij alleen echt leeft terwijl hij schrijft.

Dit boek heeft dan de ambitie om na de min of meer verzonnen romans als Archibald Strohalm en De Diamant nu ook wat autobiografische details te nemen, een aantal verhalen te smeden die als onderwerp hebben: Harry Mulisch. Om ook die Harry nu eens echt tot leven te brengen, namelijk op papier.

Er is een verhaal dat echt over Harry gaat (en niet over ik) en dat is meteen een fremdkörper in het werk, een soort uitgesponnen grap over een jongetje dat door een vriendje wordt uitgedaagd om te gaan neuken, maar niet durft toe te geven wat dit woord betekent en dan in zijn zoektocht naar de betekenis van het woord een aantal keren zonder het te beseffen – de schrijver weet het, de lezer weet het, Harry komt het nooit te weten – rakelings langs geneuk te scheren. Harry en het woord heet het – wat er echt gebeurd doet er ook in dit verhaal niet toe, het is het woord dat telt en dat in de loop van de geschiedenis allerlei betekenissen krijgt toebedeeld.

Ik hoorde onlangs een reeks colleges van Marita Mathijsen over Harry Mulisch, en in het biografische gedeelte ervan (in ieder geval over de eerste 33 jaar) leunde ze daarbij nogal zwaar op Voer. Dat lijkt me niet helemaal terecht, of althans dat lijkt me niet onze taak als nabestaanden, achterblijvers, overlevenden: wij moeten op zoek, denk ik, naar nieuwe details. Niet om Harry weer tot leven te wekken, maar om zelf tot leven te komen – tijdens het schrijven.

Geen opmerkingen: