Doorgaan naar hoofdcontent

Ha-Joon Chang. Economics. The User's Guide. London: Pelican, 2014.

Een vak waarover in een inleiding voor een algemeen publiek meerdere keren moet worden uitgelegd dat er meerdere manieren zijn om naar het onderwerp van studie te kijken; dat er meerdere theorieën zijn die allemaal wat te zeggen hebben, is een ziek vak.

In de rijpe natuurwetenschappen is dat niet nodig: daar is een rijke hoeveelheid theorie verzameld die vrijwel geheel in elkaar sluit en allerlei fenomenen op een prachtige manier verklaart. In serieuze menswetenschappen is het niet nodig omdat het volkomen vanzelf spreekt dat de complexiteit van de mens en zijn onvoorspelbare gedrag niet met één theorie kan worden verklaard.

Maar economen hebben lang de pretentie gehad dat ze net zo hard zijn als natuurwetenschappen, omdat ze met getallen omgaan zodat ze zich ongans kunnen rekenen. En zodat ze één theorie als bewezen konden omarmen, een theorie (de neoklassieke) waarmee ze lekker konden rekenen zonder dat ze over de ideologische basis hoefden na te denken.

Ha-Joon Chang maakt van dit boek een inleiding in de economie niet als een discipline die vooral draait om een bepaalde methode, maar als een vak dat gaat over een bepaald onderwerp, en dat dit op een aantal manieren kan benaderen.

Althans, dat wil hij. Hij zegt een aantal keer dat het niet zijn bedoeling ons te leren wat we moeten denken over de economie, maar hoe we erover moeten denken. Maar eigenlijk is het boek vooral een opsomming van dingen waarover we kunnen denken. Er komt eigenlijk maar weinig theorie in voor: er is één hoofdstuk waarin een groot aantal scholen in abstracto worden behandeld, maar het leeuwendeel bestaat uit hoofdstukken over onderwerpen als 'werl', 'productie', 'ongelijkheid', waarin vooral heel veel begrippen aan de orde komen en worden uitgelegd.

Dat is handig om de krant beter te kunnen begrijpen, maar het échte boek, het multifocale antwoord op Freakonomics is het niet.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …