Doorgaan naar hoofdcontent

Sofokles. Oidipous, Antigone. Athenaeum-Polak en Van Gennep, 2008 (5e eeuw v. Chr.).

(Vertaling: Gerard Koolschijn)

Griekse tragedies zoals Oidipous en Antigone zijn in vertaling tegelijk begrijpelijk en onbegrijpelijk. Ze zijn beter te volgen dan menig toneelstuk uit de barok – zo ingewikkeld zijn de verhalen niet, ze worden bovendien vrij rechtlijnig verteld en een moderne vertaler, zoals Gerard Koolschijn, doet er alles aan om de tekst zo glad mogelijk te laten lopen – in dit boek in vijf- of zesvoetige jamben.

Tegelijk is er iets intens onbegrijpelijks aan de verhalen – een wereldbeeld dat net niet helemaal het onze is, een omgang met zieners bijvoorbeeld die ik eigenlijk alleen ironisch kan lezen, je kunt je nauwelijks voorstellen dat mensen dat geloven. (Nou ja, tegelijkertijd weet ik natuurlijk ook wel dat Ronald Reagan ook een sterrenwichelaar raadpleegde.) In Antigone staan twee partijen tegenover elkaar die allebei een opvatting huldigen die wij niet meer huldigen; je moet daar dan van abstraheren (het gaat om 'de wet van de staat' tegenover 'de wet van de natuur (of van God)'). Dat abstraheren kun je natuurlijk wel doen, maar het gevoel is dan natuurlijk toch anders dan voor de eerste de beste Athener.

Tegelijkertijd was het voor die Athener natuurlijk ook vreemd. Ik ben in mijn lezen van dit boek sterk beïnvloed door een boek dat ik onlangs gelezen heb over Harry Mulisch, waarin diens belangstelling voor de Griekse mythen wordt gezien als een belangstelling voor het tot bloedens toe schuren tussen de eindige, tijdelijke mens en de grootse, eeuwige ambities van ideologie of techniek. Piet Gerbrandy noemt dat trouwens ook in zijn nawoord, dat schuren, maar dan zonder Harry Mulisch erbij.

En we zijn als mensen gewoon nog geen stap verder, noch is er enig vooruitzicht dat we ooit verder zullen komen. We weten niets – dat is de kortste samenvatting van Oidipous – en toch stellen we elkaar op een onzinnige manier de wet – dat is de kortste samenvatting van Antigone.

(Ik las deze vertaling ook in maart 2008)




Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…