Doorgaan naar hoofdcontent

François-Henri Désérable.Évariste. Paris: Gallimard, 2015.

Évariste Galois, dat is zo iemand over wiens leven je een film zou kunnen maken: een jonge man die leefde in het woelige Parijs van de vroege negentiende eeuw, een genie dat als kind al een soort magisch inzicht in de wiskunde leek te hebben, een jongen die zich mee liet slepen een duel in, dat duel niet overleefde, maar wel de nacht ervoor nog al zijn inzichten neerkrabbelde in notities die wiskundigen nog steeds inspireren.

Het is bijna te mooi om je voor te stellen.

Wat een prachtig onderwerp voor een film. En wat een mislukt onderwerp voor een geromantiseerde biografie door een jonge Franse schrijver.

Het is alsof François-Henri Désérable geen weg wist met zijn materiaal. Hij heeft geen voeling voor de wiskunde, hij heeft geen echte voeling met de tijd, hij weet Galois niet dichterbij te brengen hoe vaak hij hem ook bij de voornaam noemt. En dus maakt hij dat ongemak maar tot het onderwerp van de roman, die ook verder regelmatig de mengeling van feit en fictie tot een soort onderwerp verheft: Désérable zegt de ene bladzijde gerust dat hij niet precies weet op welke dag iets gebeurde, om op de volgende onbekommerd uiteen te zetten wat 'Évariste' zoal dacht. Ondertussen richt hij zich dan af en toe koket tot een lezeres.

Dit boek heeft me, kortom, hopeloos geïrriteerd. Het was dat het weken lang in mijn tas zat en ik af en toe dan maar wat in dat boek las omdat ik verder niet bij me had – anders had ik het nooit uitgelezen.




Reacties

Mani zei…
Dit boek onlangs bij Textwerk laten vertalen naar meerdere talen voor vrienden en familie. De diepgang die het met zich meebrengt doet menig boek liefhebber goed. Kortom: aanrader

Populaire berichten van deze blog

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…