11.3.15

Arnon Grunberg. Het bestand. Amsterdam: Nijgh en Van Ditmar, 2015.

De recensies die ik van Arnon Grunbergs novelle Het bestand heb geschreven zijn over het algemeen niet heel positief: er gebeuren te veel dingen, die dingen zijn te heftig en te onsamenhangend. Het zou te veel op het effect geschreven zijn, misschien wel met het (onzinnige) experiment in gedachten dat er zou worden uitgevoerd: de opgewekte emoties bij lezers zijn met een hersenscan gemeten.

Maar ik vind het een fraaie novelle, over iemand die steeds dieper een nestwerk van hersenspinsels wordt ingezogen, tot ineens de dierenvriend al zijn katten blijkt te hebben afgeslacht omdat hij zeker wist dat ze hem bespionneerden. Een wereld waarin inderdaad allerlei onlogische sprongen worden gemaakt (de vader van Lianne lijkt soms wel en soms niet dood, een USB-stick duikt helemaal aan het eind op ineens op in iemand anders handen).

Maar dat hoort er allemaal bij, het is de logica en het geknetter van een nachtmerrie. Ik geloof nooit dat je dat op de hersenscans zult kunnen zien – zoveel weten we niet van het brein, dit soort metingen heeft geen enkele zin –, maar je kunt het er wel in lezen.

Je kunt natuurlijk zeggen: maar ik vind nachtmerries geen literatuur, ik vind dat literatuur kalm moet zijn, niet heftig, en logisch opgebouwd en strak en zonder vreemde gebeurtenissen. De hoofdpersoon in dit boek maakt ook geen duidelijke ontwikkeling door – ze begint raar en ze blijft raar. Het is dan ook geen roman, het is een lang verhaal, zo moet je het zien, vind ik. En Grunberg is een meester in de verhalen, en een grootmeester in de nachtmerrie.

Geen opmerkingen: