Doorgaan naar hoofdcontent

Arnon Grunberg. Het bestand. Amsterdam: Nijgh en Van Ditmar, 2015.

De recensies die ik van Arnon Grunbergs novelle Het bestand heb geschreven zijn over het algemeen niet heel positief: er gebeuren te veel dingen, die dingen zijn te heftig en te onsamenhangend. Het zou te veel op het effect geschreven zijn, misschien wel met het (onzinnige) experiment in gedachten dat er zou worden uitgevoerd: de opgewekte emoties bij lezers zijn met een hersenscan gemeten.

Maar ik vind het een fraaie novelle, over iemand die steeds dieper een nestwerk van hersenspinsels wordt ingezogen, tot ineens de dierenvriend al zijn katten blijkt te hebben afgeslacht omdat hij zeker wist dat ze hem bespionneerden. Een wereld waarin inderdaad allerlei onlogische sprongen worden gemaakt (de vader van Lianne lijkt soms wel en soms niet dood, een USB-stick duikt helemaal aan het eind op ineens op in iemand anders handen).

Maar dat hoort er allemaal bij, het is de logica en het geknetter van een nachtmerrie. Ik geloof nooit dat je dat op de hersenscans zult kunnen zien – zoveel weten we niet van het brein, dit soort metingen heeft geen enkele zin –, maar je kunt het er wel in lezen.

Je kunt natuurlijk zeggen: maar ik vind nachtmerries geen literatuur, ik vind dat literatuur kalm moet zijn, niet heftig, en logisch opgebouwd en strak en zonder vreemde gebeurtenissen. De hoofdpersoon in dit boek maakt ook geen duidelijke ontwikkeling door – ze begint raar en ze blijft raar. Het is dan ook geen roman, het is een lang verhaal, zo moet je het zien, vind ik. En Grunberg is een meester in de verhalen, en een grootmeester in de nachtmerrie.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …