Doorgaan naar hoofdcontent

Jonas Jonasson. De honderdjarige man die uit het raam klom en verdween. Amsterdam: Signatuur, 2011.

Het is een interessant fenomeen: er is een type boek dat over een lokaal iemand gaat die heel eigenzinnig en excentriek is en die op een licht surrealistische manier de hele wereld verandert. Salman Rushdie schreef ze over India, Gabriel Garcia Marquez over Colombia en sindsdien zijn er veel bestsellers volgens het stramien geschreven.

Jonas Jonasson schreef er een over een Zweedse man, wiens leven ongeveer samenviel met de twintigste eeuw en die min of meer bij toeval bij allerlei gebeurtenissen in die eeuw aanwezig was – zodat hij bijvoorbeeld per ongeluk de atoombom uitvond – en die aan het eind van zijn leven nog in een paar dagen een enorm tumult veroorzaakt door te ontsnappen uit het bejaardenhuis, een koffer met miljoenen kronen te stelen, de boeven van wie die kronen zijn te vermoorden, enzovoort.

Het werd een groot succes, dit boek, en dat is natuurlijk ook wel verklaarbaar. Het is het soort lichte kost waarvan de lezer ook nog eens het gevoel kan overhouden dat hij iets heeft opgestoken – of althans dat hij enkele van de belangrijke gebeurtenissen uit de vorige eeuw op zijn rijtje heeft gezien.

Ik houd meestal niet van dit soort boeken. Het demonstratief-excentrieke staat me vaak een beetje tegen, en ik heb al snel het gevoel dat ik mijn tijd wel aan iets anders kan besteden – ik kan om de een of andere reden juist niet zo gemakkelijk in zo'n alledaags magisch realisme verdwijnen.

Bij dit boek was het wel een beetje anders, en dat komt vooral doordat ik het niet gelezen heb met mijn ogen, maar ernaar geluisterd heb. De Luisterbieb-app biedt het gratis aan, voorgelezen door Jan Donkers, en dan is het goede lectuur voor tijdens het wandelen of rennen: niet te ingewikkeld, je kunt af en toe best een stukje missen om het dan later weer op te pikken omdat de grote lijnen vanaf het begin min of meer duidelijk zijn. En je steekt er nog wat van op.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…