Doorgaan naar hoofdcontent

Seneca. De lengte van het leven. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2012 (ca. 50n.Chr.)

Vertaling: Vincent Hunink
Een jachtig leven, almaar druk met van alles en nog wat, werk, pleziertjes – Seneca moest er niets van hebben. Beter kon je je tijd besteden met jezelf, met een contemplatief leven, met denken over de grote vragen van het leven.
De mensen klaagden wel dat het leven zo kort was, maar daarin hadden ze ongelijk. Het leven was precies lang genoeg, als je het maar niet vermorste aan allerlei onzin, zoals een politieke carriere enerzijds, of drank en seks anderzijds. Wie het leven werkelijk leefde, was in contact met zijn eigen verleden en het verleden van de mensheid – en had dus tijd genoeg.
Ja, ja.
Het merkwaardige is dat Seneca eigenlijk nergens argumenten geeft waarom dat eigenlijk nodig is, 'werkelijk leven'. Oké, hij heeft wat anekdotes over mensen die een leven lang druk bezig zijn geweest en aan het eind van hun leven spijt hadden dat ze dat leven hadden vermorst. Maar wat zegt dat? Hoeveel mensen staan daartegenover die probeerden te contempleren maar daar uiteindelijk spijt van kregen omdat ze liever toch iets meer macht of aanzin hadden gekregen, of op zijn minst gewoon wat te doen?
Het enige echte argument dat Seneca uiteindelijk lijkt te geven is dat het leven in contemplatie zoveel prettiger is. De mens voelt zich uiteindelijk alleen fijn wanneer hij tijd voor zichzelf heeft en minder voor wat anderen allemaal van hem willen. Maar is het uiteindelijke doel dan dat de mens zich fijn voelt? Ook hier verwaardigt de grote Romeinse denker zich niet zelfs maar het begin van een antwoord te geven.


Reacties

Populaire berichten van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …