5.7.14

Giovanni Boccaccio. Decamerone. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2009 (1353)

Vertaald door Frans Denissen

Decamerone betekent 'tien dagen'. Ik heb er vijf jaar over gedaan om dit boek te lezen. Nu heb ik tussendoor weliswaar ook andere boeken gelezen, maar dit boek was in die tijd altijd wel in de buurt. Ik ga het nog missen – of niet, want ik houd het natuurlijk gewoon op mijn telefoon.

Ik ben begonnen in een Duitse vertaling die ik nu ik dit schrijf niet bij de hand heb, maar ben op een bepaald moment overgestapt op het origineel in combinatie met de bijzonder prettige vertaling van Frans Denissen. Dat ik niet opschoot, was niet omdat het boek zo moeilijk is, of zo saai, of me tegenstaat. Integendeel, met de honderd verhalen die het boek telt – elke dag worden er tien verteld door een groep vrouwen en mannen die zich hebben teruggetrokken uit het door de pest getroffen Florence – wordt je langzaam een wereld ingetrokken: een wereld van de veertiende eeuw waarin totale hemele ordening van de wereld die Dante niet veel eerder had bezongen in zijn Divina commedia, ineens ten onder leek te gaan in smerige aardse chaos.

Decamerone beschrijft die chaos, en hoe we er maar het beste van moeten proberen te maken met mekaar, door er verhalen over te vertellen en te lachen.

De verhalen zijn vooral bont. Veel intimiteit kennen de personages niet, zelfs niet als ze getrouwd zijn of om een andere reden met elkaar in bed liggen; emotioneel komen ze elkaar ook dan niet nader. Ze bakken elkaar een poets, of ze zijn grootmoedig tegenover elkaar, ze worden gedreven door een enorme lust voor de ander, of door een enorme afkeer. Maar uiteindelijk is iedereen alleen. Als de mensen te dicht op elkaar komen besmetten ze elkaar mogelijk met de pest.

Over de hoofdpersonen in de raamvertelling, de vertellers van de eigenlijke verhalen, kom je als lezer eigenlijk niets te weten, behalve hun namen en dat ze dus die verhalen vertellen.

Iedereen vertelt vrolijke verhalen, maar iedereen blijft op afstand. Een God is er ook al nauwelijks in deze verhalen, al wordt hij af en toe aangeroepen. Er heerst hier binnen grote vrolijkheid, maar daarbuiten heerst grote ellende. Je voelt op iedere bladzijde van dit boek, dat toch vooral bekend staat als een vrolijke verzameling middeleeuwse verhalen, de wanhoop.

Geen opmerkingen: