19.6.14

Willem Otterspeer. De mislukkingskunstenaar. Willem Frederik Hermans. Biografie, deel I (1921-1952). Amsterdam: De Bezige Bij, 2013.

Over deze biografie is nogal mot ontstaan. Die mot is lastig te begrijpen voor wie dit boek leest: aan de ene kant van de mot had je figuren als Max Pam die de auteur Otterspeer verweten allerlei feitelijke foutjes te hebben gemaakt (Hermans heeft zijn paspoort een jaar eerder of later gehaald dan hier gezegd wordt). Aan de andere kant stond de auteur die beweerde dat een goede biograaf boven zulke nietigheden stond.

Het eerste valt niet goed te begijpen omdat je denkt: waar maak je je druk om. Stuur de schrijver een briefje, dan verandert hij het in de volgende druk. Het standpunt van de biograaf valt anderszins moeilijk te begrijpen omdat er in deze biografie toch vooral in de eerste plaats een enorme hoeveelheid feitelijkheden over de lezer wordt uitgestort: welke punten de scholier haalde voor welke vakken, wanneer hij een meisje precies ging ophalen, welke boeken hij tijdens de hongerwinter las.

Dat is allemaal heus interessant, maar groots en meeslepend wordt het niet. Nu ligt dat minstens voor een deel ook aan de hoofdpersoon van dit boek, want Willem Frederik Hermans lijkt me eigenlijk niet zo'n heel interesssant leven te hebben geleid. Zijn ongelukkige jeugd bestond er toch vooral in dat hij niet zo goed met zijn ouders kon opschieten, zijn kunstzinnige baldadigheid als jonge man was dat hij op de rand van het bed van een meisje ging zitten.

Tegelijkertijd was hij een groot romanschrijver, en als een ding duidelijk was: vanaf jonge leeftijd was ook vrijwel alles bij Hermans op dat romanschrijven gericht. Wanneer dit eerste deel eindigt is hij pas 32, maar heeft hij al wel Tranen der acacia's en Ik heb altijd gelijk geschreven, en daarnaast nog enkele briljante verhalen, gedichten en kritieken. In de biografie staan bovendien enkele fragmenten van brieven afgedrukt die vaak naar meer smaken, want formuleren kon de mislukkingskunstenaar wel.

En zorgen dat overal mot ontstond natuurlijk. Tot over zijn graf, door zijn rijbewijs op zo'n onduidelijk moment te halen.

 

Geen opmerkingen: