Doorgaan naar hoofdcontent

Willem Otterspeer. De mislukkingskunstenaar. Willem Frederik Hermans. Biografie, deel I (1921-1952). Amsterdam: De Bezige Bij, 2013.

Over deze biografie is nogal mot ontstaan. Die mot is lastig te begrijpen voor wie dit boek leest: aan de ene kant van de mot had je figuren als Max Pam die de auteur Otterspeer verweten allerlei feitelijke foutjes te hebben gemaakt (Hermans heeft zijn paspoort een jaar eerder of later gehaald dan hier gezegd wordt). Aan de andere kant stond de auteur die beweerde dat een goede biograaf boven zulke nietigheden stond.

Het eerste valt niet goed te begijpen omdat je denkt: waar maak je je druk om. Stuur de schrijver een briefje, dan verandert hij het in de volgende druk. Het standpunt van de biograaf valt anderszins moeilijk te begrijpen omdat er in deze biografie toch vooral in de eerste plaats een enorme hoeveelheid feitelijkheden over de lezer wordt uitgestort: welke punten de scholier haalde voor welke vakken, wanneer hij een meisje precies ging ophalen, welke boeken hij tijdens de hongerwinter las.

Dat is allemaal heus interessant, maar groots en meeslepend wordt het niet. Nu ligt dat minstens voor een deel ook aan de hoofdpersoon van dit boek, want Willem Frederik Hermans lijkt me eigenlijk niet zo'n heel interesssant leven te hebben geleid. Zijn ongelukkige jeugd bestond er toch vooral in dat hij niet zo goed met zijn ouders kon opschieten, zijn kunstzinnige baldadigheid als jonge man was dat hij op de rand van het bed van een meisje ging zitten.

Tegelijkertijd was hij een groot romanschrijver, en als een ding duidelijk was: vanaf jonge leeftijd was ook vrijwel alles bij Hermans op dat romanschrijven gericht. Wanneer dit eerste deel eindigt is hij pas 32, maar heeft hij al wel Tranen der acacia's en Ik heb altijd gelijk geschreven, en daarnaast nog enkele briljante verhalen, gedichten en kritieken. In de biografie staan bovendien enkele fragmenten van brieven afgedrukt die vaak naar meer smaken, want formuleren kon de mislukkingskunstenaar wel.

En zorgen dat overal mot ontstond natuurlijk. Tot over zijn graf, door zijn rijbewijs op zo'n onduidelijk moment te halen.

 

Reacties

Populaire berichten van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …