Doorgaan naar hoofdcontent

Thomas Nagel. Mind and Cosmos. Why the Materialist Neo-Darwinian Conception of Nature is Almost Certainly False. Oxford University Press, 2012.

Dit boek van de beroemde Amerikaanse filosoof Thomas Nagel heeft, net als een eerdere kritiek op de evolutietheorie door de al even beroemde Amerikaanse filosoof Jerry Fodor, veel kritiek over zich heen gekregen. Lees het internet er maar op na: er wordt nog net niet helemaal expliciet gezegd dat die Nagel nu wel echt een seniele oude man geworden is. Maar het scheelt niet veel.

Wat vindt Nagel? Volgens hem zijn er grote problemen met het materialistische naturalistische wereldbeeld dat de meeste wetenschappers impliciet lijken aan te hangen: het idee dat de werkelijkheid uiteindelijk helemaal verklaard kan worden in termen van enorm complexe interacties tussen de kleinste fysieke deeltjes: scheikunde wordt tot natuurkunde, biologie wordt tot scheikunde, psychologie wordt tot biologie. Ook het menselijk bewustzijn is volgens dat wereldbeeld uiteindelijk alleen maar te verklaren uit de enorm complexe interactie van talloze elementaire deeltjes.

Sommige van die problemen die Nagel noemt zijn moeilijker te volgen dan andere, en waarschijnlijk ook daarom vaak vooral het doelwit van hekel bij zijn critici. Zo lijkt hij herhaaldelijk te zeggen dat het naturalistische wereldbeeld teveel in conflict is met zijn intuïties: het voelt bijzonder om bewust te zijn, hoe zou dat ooit door die deeltjes verklaard kunnen worden? Je kunt daar makkelijk tegenin brengen dat het soms ook zo voelt alsof het perron begint te rijden wanneer je in de trein zit, en hebben mensen in het algemeen allerlei volkomen verkeerde intuïties over van alles en nog wat. Sterker nog: de natuurwetenschap zit vol met tegenintuïtieve aannamen die toch lijken te werken.

Een veel sterker argument, misschien wel het enige echt sterke, voor mij, komt uit het domein van de rede. De menselijke ratio zou volgens het naturalistische wereldbeeld ontstaan moeten zijn uit de evolutie: mensen die logisch konden nadenken hadden meer kans op nakomelingen. Het probleem is nu dat we tegelijk moeten aannemen dat die ratio enorm krachtig is en op de een of andere manier achter de waarheid kan komen: de natuurkunde en de evolutionaire biologie kan uitvinden. Maar wat voor evolutionair voordeel heeft de mens bij zo'n krachtige logica? Uiteindelijk bijt de redenering zich dus in de staart: om de ratio te verklaren hebben we de biologie nodig. Maar die biologie steunt uiteindelijk helemaal op de ratio.

Of misschien is het volgende een ander punt. Dan is dat ook vrij sterk, vind ik. Sinds Descartes weten we (nou ja) dat het enige waar ik echt zeker weet is dat ik denk. De rest kan allemaal op illusie en bedrog berusten: wat ik meen te zien, te horen, te ruiken. Maar dat ik denk, dat kan echt geen bedrog zijn. En precies dat, dat denken, is volgens het naturalistisch wereldbeeld eigenlijk een ongelukje in de evolutie: het had net zo goed niet gebeurd kunnen zijn.

Nu is een zwak punt van Nagel dat hij, zoals hijzelf omstandig toegeeft, niet echt een alternatief heeft. Ja, teleologie. Zoals Aristoteles meende dat een steen naar beneden viel en stoom omhoog ging omdat alles zijn natuurlijke plaats had, zo wil Nagel een principe in de wetenschap introduceren dat zegt dat de kosmologische ontwikkeling wel in de richting van het leven moest bewegen, en het leven in de richting van bewustzijn en redelijkheid. Maar hoe dat principe eruit zou moeten zien, en wat voor probleem het uiteindelijk op zou lossen, daar komt Nagel ook niet uit.

En toch, toch is het probleem van de rede er. Critici zeggen: ja, maar al ons weten is dan ook maar voorlopig, de rede is niet perfect. Maar dat laat voor Nagel natuurlijk alleen maar zien dat het materialistisch naturalisme nooit een dogma kan zijn. En ik geloof dat hij daar gelijk in heeft.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…