Doorgaan naar hoofdcontent

Rogi Wieg. Afgekapt dichtwerk. Amsterdam: Inde Knipscheer, 2014.

Het eerste gedicht van de nieuwe bundel van Rogi Wieg heet 'takken die geen takken zijn' en fungeert als een soort single voor de bundel: hij duikt op allerlei plaatsen op. Dat is ook terecht, want het gedicht wordt een klassieker, wat ik je brom. Hier gaan generaties van geleerden, liefhebbers en schoolkinderen zich nog het poezelige hoofdje over breken:

Takken die geen takken zijn

Er zijn meer vragen dan liefdes en klanken in
de kleine tuinen van gewone en ongewone mensen.
Woorden zijn de nog niet verschroeide heksen
die benoemen wie in dit leven anders
is dan een wandelende tak. Woorden downloaden
liefdes. Maar het blijft weinig werkelijkheid.
Er blijven altijd meer vragen dan woorden,
neem dat maar aan van het woord ‘dichter’.

Het gedicht kondigt van alles aan uit de rest van de bundel; in de eerste plaats natuurlijk de moeizame relatie van taal met de werkelijkheid. Die taal neemt hier de vorm aan van 'woorden', die allereerst 'nog niet verschroeide heksen' zijn, en dan aan het downloaden slaan, maar het blijft allemaal vele stappen verwijderd van wat er écht aan de hand is.

Werkelijk zijn: liefdes en takken (en mogelijk klanken in kleine tuinen, daar wil ik even vanaf wezen). Wandelende takken zijn takken die geen takken zijn, daar verwijst de titel naar. Maar de woorden zijn in hun nognietverschroeideheksengedaante bezig met benoemen wie er ánders is dan een wandelende tak, dat wil zeggen anders dan een tak die geen tak is. Je zou nog kunnen zeggen: dat zijn dus echte takken, maar het gaat erom wie zo is. En wie verwijst altijd naar mensen, nooit naar takken. Dus benoemen die heksen mensen die enkele stappen verwijderd zijn van de werkelijkheid. Nu zijn heksen zelf ook al sprookjesfiguren, en in dit geval staan ze kennelijk ook nog op het punt van verschroeien.

Niet-bestaande, bijna verloren gaande personen benoemen wie net-niet zijn zoals namaakwezens. Zo goed kun je met taal de werkelijkheid aanraken.

In de volgende zin wordt dat nog een keer gezegd, maar nu veel aardser en directer en minder poëtisch, met woorden erin als downloaden.

En terwijl die woorden er niks van bakken, zijn ze ook nog eens kleiner in aantal dan het aantal vragen dat je zou kunnen stellen. En zelfs degene van wie de woorden in het gedicht allemaal komen blijkt geen werkelijke levende persoon. Ook hij is niet meer dan een woord, 'dichter'.

Elders in de bundel zet dat woord 'dichter' nog allerlei andere middelen om wel aan de waarheid te kunnen raken. De godsdienst bijvoorbeeld ('ik besta vanuit een God / het was een job rapido van hem om mij te maken'; geen idee waar job rapido op slaat, ik kan alleen een uitzendbureau vinden dat zo heet). Of de exacte wetenschappen:

Ik tel van honderd naar nul. Zoek
priemgetallen, 41, 19, 5. Is de mens
alleen deelbaar door zichzelf en 1?
Worden we een lelijke botbreuk als
je ons door God deelt?

Het rare is, dat het ondanks al die afstand die er wordt geschapen, toch niet dor en droog en, eh, afgekapt, wordt, in deze bundel. Je ziet achter dat woord 'dichter' toch een man voor je, die net als jij wanhopig probeert iets dichterbij te komen, die staat te beuken op de taal en God en de priemgetallen, omdat hij naar binnen wil.

Dat komt natuurlijk ook doordat er in deze bundel niet álleen maar aan de tralies wordt gemorreld. Er zijn een aantal gedichten over de 50e verjaardag en het 30-jarige jubileum als dichter, er zijn gedichten over allerlei andere dichters, zoals René Stoute, Gerrit Achterberg en Attila József (de dichter van een bundel met de naam 'Het doet zo'n pijn'), en er is zelfs een wonderlijk naief sonnetje voor een meisje dat bar mitswa doet ('Je was een baby, een meisje / nu ben je een beginnend vrouwtje. / Je klimt omhoog aan een touwtje / dat wij 'tijd' noemen,').

Het komt ook denk ik hierdoor: je ziet de dichter wanhopig proberen iets te zeggen, en daardoor krijg je in de gaten dat er inderdaad iets te zeggen is, iets, wat uiteindelijk niet echt gezegd kan worden, maar dat jij natuurlijk net zo goed weet. Al kun jij, namaak-wandelende tak, het ook niet zeggen.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…