7.6.14

David Hume. An Enquiry Concerning Human Understanding. 1748.

Wat kun je weten? Wat kun je zeker weten? Ach. Ik dacht te weten dat David Hume nu niet echt een filosoof voor mij was. Ik ben herhaaldelijk in Edinburgh geweest, ik heb er zijn beeld gezien. Ik vond het beeld lelijke en dacht dat Hume een wat minderwaardige zoon van die stad was: een empirist! Iemand die denkt dat we alleen de dingen kunnen weten door zintuiglijke waarneming! De vader van het meten is weten-achtige denken. Een domkop.

Maar de laatste tijd hoorde ik toevallig verschillende mensen heel positief praten over Hume. En dus besloot ik zijn korte, min of meer populariserende boek An Enquiry Concerning Human Understanding te lezen. Ik werd erdoor overweldigend, ik heb me al die jaren vergist.

Vrijwel aan het begin van zijn Enquiry grijpt Hume me meteen beet. Hij wijst erop dat een rechtstreekse ervaring altijd veel levendiger is dan bijvoorbeeld een herinnering aan die ervaring, of een voorstelling ervan. Ik kan me herinneren dat ik kiespijn had, maar zo heftig als die kiespijn kan ik die herinnering niet maken. Ik kan ontroerd raken door het verhaal over iemand die zijn vrouw verliest, maar hoe goed geschreven dat boek ook is, zo ontroerd raak ik nooit.

Het laat natuurlijk niet zien dat de rechtstreekse ervaring nu meteen de werkelijke waarheid ongefilterd doorgeeft. Maar wel dat hij altijd beter doorvoeld is dan wat je kunt bedenken. Zo zit het boek vol kleine, sprekende voorbeelden.

Wat ook fijn is: dat het boek je uitnodigt om Hume steeds tegen te spreken, het niet met hem eens te zijn. Hier wordt geen gesloten systeem gepresenteerd, hier wordt een essay geschreven, waar zelfs een eenvoudige geest als de mijne enkele eeuwen later van kan menen dat hij er nog aan bij kan dragen.

Hume zegt bijvoorbeeld dat je nooit in wonderen moet geloven, omdat de kans dat degene die je het wonder vertelt liegt altijd veel groter is dan de kans dat zo'n wonder is gebeurd. En van twee onwaarschijnlijke scenario's moet je altijd de minst onwaarschijnlijke nemen. De vraag is echter hoe je aan die waarschijnlijkheidsrekening komt, zeker in het geval van wonderen. Hoe kun je bepalen hoe waarschijnlijk of onwaarschijnlijk een gebeurtenis is waarvan je maar één voorbeeld kent? (Is iedere gebeurtenis niet in zekere zin uniek en nooit eerder voorgekomen? Ik heb deze zin bijvoorbeeld nog nooit eerder opgeschreven: een wonder?)

Wat goed dat die mensen de laatste tijd zo positief spraken tegen mij over Hume. Nu heb ik mezelf weer een beetje kunnen uitbreiden. De volgende keer dat ik in Edinburgh ben, ga ik even naar zijn standpunt kijken: dat is vast prachtig.


Downloaden van Gutenberg

Geen opmerkingen: