20.4.14

Nop Maas. Gerard Reve. Kroniek van een schuldig leven. Amsterdam: Van Oorschot, 2007-2012.

Hoe het leven van Gerard Reve in elkaar gezeten heeft, heb ik, net als iedereen, altijd geweten: de communistische jeugd, het verpletterende succes van de avonden, de drankzucht, Wimie, Tijger, Woelrat, Matroos Vosch, het katholicisme, het ezelsproces, de rechtse praatjes. Wie deze lijst niets zegt, kan zich in Nederland niet geletterd noemen. En over weinig andere schrijvers kun je zo'n lijstje maken: bij Willem Frederik Hermans of zelfs Harry Mulisch kom ik in ieder geval niet zo ver.

Wat dat betreft is het dus wel terecht dat uitgerekend over Reve zo'n dikke biografie bestaat, van samen meer dan tweeduizend pagina's. Het eerste deel vond ik af en toe nog wel wat langdradig, maar dat komt misschien ook doordat het logischerwijs wat minder goed gedocumenteerd is. Het tweede en derde deel heb ik verslonden, al moet ik toegeven dat ik sommige bladzijden met gedoe met uitgevers over centjes heb overgeslagen. (Zulke dingen interesseren me niet eens als het mij eigen financiën betreft, wat moet ik dan met de slimmigheidjes van een dode uitgever ten overstaan van een dode schrijver.)

Door het nu allemaal op een rijtje te zien, krijgt de lezer tóch een wat completer beeld van de grote volksschrijver dan door alleen diens eigen werk te bestuderen: kwetsbaarder vooral, onzekerder over zijn eigen werk. Als rode draad heeft Maas gekozen dat Reve zich vrijwel altijd schuldig voelde, en dat ook veroorzaakte. Zijn rare politieke uitspraken zijn zo te begrijpen, al was hij op het eind van zijn leven geloof ik ook echt wel een wat zuur oud rechts mannetje.

Ondertussen is het werk van Reve vrijwel alleen nog antiquarisch te krijgen. Misschien komt het doordat hijzelf zo weinig loyaal was aan uitgevers, misschien komt het door de persoonlijkheid van zijn erfgenaam Joop Schafthuizen, maar Reves nalatenschap wordt veel minder goed beheerd dan dat van de andere Grote Twee (Hermans heeft zijn Instituut, Mulisch krijgt een Huis). Dat is enorm jammer, want wat mij betreft was hij met al zijn mankementen toch echt een van de grootste, interessantste Nederlandse schrijvers, met een vreemd en boeiend en grillig en consistent wereldbeeld.

En een superieur gevoel voor ironie en stijl. Iemand die, al flink weggezonken in de dementie als bezwaar tegen de eeuwwisseling naar voren brengt dat jaartallen voortaan met 20.. moeten beginnen en dan zegt "zo ben ik niet opgevoed, begrijp je" — zo iemand krijgen we nooit meer terug.

 

Geen opmerkingen: