Doorgaan naar hoofdcontent

Nop Maas. Gerard Reve. Kroniek van een schuldig leven. Amsterdam: Van Oorschot, 2007-2012.

Hoe het leven van Gerard Reve in elkaar gezeten heeft, heb ik, net als iedereen, altijd geweten: de communistische jeugd, het verpletterende succes van de avonden, de drankzucht, Wimie, Tijger, Woelrat, Matroos Vosch, het katholicisme, het ezelsproces, de rechtse praatjes. Wie deze lijst niets zegt, kan zich in Nederland niet geletterd noemen. En over weinig andere schrijvers kun je zo'n lijstje maken: bij Willem Frederik Hermans of zelfs Harry Mulisch kom ik in ieder geval niet zo ver.

Wat dat betreft is het dus wel terecht dat uitgerekend over Reve zo'n dikke biografie bestaat, van samen meer dan tweeduizend pagina's. Het eerste deel vond ik af en toe nog wel wat langdradig, maar dat komt misschien ook doordat het logischerwijs wat minder goed gedocumenteerd is. Het tweede en derde deel heb ik verslonden, al moet ik toegeven dat ik sommige bladzijden met gedoe met uitgevers over centjes heb overgeslagen. (Zulke dingen interesseren me niet eens als het mij eigen financiën betreft, wat moet ik dan met de slimmigheidjes van een dode uitgever ten overstaan van een dode schrijver.)

Door het nu allemaal op een rijtje te zien, krijgt de lezer tóch een wat completer beeld van de grote volksschrijver dan door alleen diens eigen werk te bestuderen: kwetsbaarder vooral, onzekerder over zijn eigen werk. Als rode draad heeft Maas gekozen dat Reve zich vrijwel altijd schuldig voelde, en dat ook veroorzaakte. Zijn rare politieke uitspraken zijn zo te begrijpen, al was hij op het eind van zijn leven geloof ik ook echt wel een wat zuur oud rechts mannetje.

Ondertussen is het werk van Reve vrijwel alleen nog antiquarisch te krijgen. Misschien komt het doordat hijzelf zo weinig loyaal was aan uitgevers, misschien komt het door de persoonlijkheid van zijn erfgenaam Joop Schafthuizen, maar Reves nalatenschap wordt veel minder goed beheerd dan dat van de andere Grote Twee (Hermans heeft zijn Instituut, Mulisch krijgt een Huis). Dat is enorm jammer, want wat mij betreft was hij met al zijn mankementen toch echt een van de grootste, interessantste Nederlandse schrijvers, met een vreemd en boeiend en grillig en consistent wereldbeeld.

En een superieur gevoel voor ironie en stijl. Iemand die, al flink weggezonken in de dementie als bezwaar tegen de eeuwwisseling naar voren brengt dat jaartallen voortaan met 20.. moeten beginnen en dan zegt "zo ben ik niet opgevoed, begrijp je" — zo iemand krijgen we nooit meer terug.

 

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…