Doorgaan naar hoofdcontent

Jeroen Brouwers. Datumloze dagen. Amsterdam: Rubinstein, 2009 (2007).

Van Jeroen Brouwers heb ik maar weinig gelezen – genoeg om iedere keer te besluiten dat hij niet mijn soort schrijver is. In de ongeveer tien jaar dat ik dit weblog nu bijhoud, blijk ik slechts één keer over hem geschreven te hebben – niet bijster positief.

Dat ik nu Datumloze dagen las, is dan ook alleen maar omdat de Openbare Bibliotheken een app hebben waarop ze gratis wat luisterboeken aanbieden. Daar zit weinig bij dat me nu speciaal meer aantrok dan Jeroen Brouwers. Dus heb ik hiernaar geluisterd, en werd al snel het boek ingetrokken door de sonore stem van Jeroen Willems.

En het speet me vervolgens niet.

Datumloze dagen gaat over een man die op zijn vijfentwintigste min of meer per ongeluk een jongen verwekt bij een vrouw van wie hij uiteindelijk niet houdt; die de jongen af en toe in de veertig jaar erna tegenkomt, zonder dat dit nu leidt tot erg warme gevoelens (integendeel); en die als hij vijfenzestig is op verzoek van die jongen helpt een einde aan zijn door een nare ziekte en het ziekenhuis gesloopt leven een definitief einde te maken.

Het is een ontroerend verhaal en grotendeels geschreven in een fraai, wat gedragen maar niet al te barok Nederlands. Af en toe ligt de symboliek er wat bovenop: de man bezoekt op zeker moment als literatuurdocent een congres waarop gedebatteerd wordt over wat de toekomstige eenheidstaal van Europa wordt. Dat is een volkomen onzinnig soort congres (iedereen spreekt Engels) dat ook helemaal niet lijkt op échte wetenschappelijke congressen, en dat alleen in het leven lijkt te zijn geroepen zodat de schrijver het thema van de moeizame communicatie nog eens kan belichten.

Jeroen Brouwers is niet de grootste schrijver aller tijden aller landen. Zijn personages komen ook voor mij niet helemaal tot leven. Maar Datumloze dagen is wel degelijk een ontroerend verhaal. Ik ben blij dat ik het gelezen heb.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …