9.3.14

Lieke Marsman. De eerste letter. Amsterdam: Van Oorschot, 2014.

Volgende maand schrijf ik hier 10 jaar vrij systematisch over alle boeken die ik gelezen heb. Er zijn twee soorten uitzonderingen. In de eerste plaats de boeken waarover ik elders al geschreven heb. En in de tweede plaats zijn het poëziebundels.

Er zijn twee soorten problemen met die bundels. In de eerste plaats vind ik het moeilijker om over zo'n bundel iets te zeggen dan over verhalen of over non-fictie. In de tweede plaats weet ik niet altijd zeker wanneer ik nu precies klaar ben met het lezen van zo'n bundel. Ik heb er bijna altijd wel een onder mijn hoede en daar lees ik dan een tijdje in. Op zeker moment houd ik er ook weer mee op, min of meer. Hoewel ik een week later misschien nog wel terug ga naar een gedicht – of een maand later, of twee maanden later. Wanneer ga ik er dan over schrijven.

Lieke Marsman is een jonge dichteres, je zou zeggen dat ze bejubeld werd als de groep poëzielezers groot genoeg was om iemand te bejubelen. In haar tweede bundel, De eerste letter, schrijft ze strofen als:

nu ga ik een ijsje voor je kopen
nu moet je met me meelopen naar mijn huis
en me kussen op een moment dat mij uitkomt
nu gaan we samen een volkstuintje beginnen
nu gaan we zeshonderdkilometer reizen
om elders even thuis te zijn
nu leg jij ons toekomstige kind in bed
nu ga ik honderd keer zeggen dat er ruimte is

Op de een of andere manier is dit een heel erg vroeg-21e-eeuws gedicht, al kan ik er niet makkelijk de vinger op leggen waarom dat zo is. Op de een of andere manier is dit gedicht heel duidelijk door een jonge Nederlandse vrouw geschreven, al kan ik dat ook moeilijk analyseren. Het heeft met elkaar te maken, en met de licht kinderlijke toon en het kokketeren met lichtelijke warrigheid. Neeltje Maria Min was er lang geleden een voorbode van, van deze toon. Inmiddels is er een hele dichteressen opgestaan die het overgenomen heeft.

Ik ben er geloof ik niet zo dol op. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat het slecht is. Het is duidelijk dat het werk van Lieke Marsman bijvoorbeeld sterk in elkaar zit – het spel met ij en ui in de aangehaalde strofe is sterk, er staan goede regels in deze bundel en geen slechte. Het laat misschien zien dat ik te oud ben, of dat zelf niet bepaald een meisje, of dat er in de poëzie voor ieder wat wils is, en dit toevallig niet behoort bij wat ik wil.

Ik moet daar dan eigenlijk niet over schrijven maar heb het bij dezen toch gedaan.



Geen opmerkingen: