Doorgaan naar hoofdcontent

Georges Simenon. Maigret se trompe. Livres de Poche, 2013 (1953).

Detectives, daar houd ik niet zo van. Dat je langzaam maar zeker informatie krijgt opgediend, dat je voelt dat je als lezer in spanning wordt gehouden, dat de schrijver wel weet dat je eigenlijk iets wil weten, maar je dat nog niet vertelt – het is mijn smaak niet.

Ik had dan ook nog nooit, nog nooit, een Maigret gelezen. Ik heb er denk ik weleens op de tv gezien, al kan ik me daar dan alleen nog een vaag beeld van een brede man met een hoed, een lange jas en een pijp van herinneren. Misschien waren het wel alleen fragmenten die ik zag, misschien raakte ik snel verveeld.

Ik was er denk ik te jong voor. Ik heb nu wel een Maigret gelezen en hoewel ik nu nog niet helemaal verkocht ben, vermoed ik dat ik als ik later oud en der dagen zat ben zo zal eindigen: in een luie stoel met een e-reader met alleen maar detectives, waaronder alle Maigret-verhalen.

In Maigret se trompe is een jonge vrouw vermoord, de maitresse van een chirurg die een appartement voor haar gehuurd heeft terwijl hij zelf in het appartement erboven woont. Maigret ontdekt al snel dat die man een bijzondere aantrekkingskracht heeft op vrouwen: de concierge, zijn echtgenote, zijn assistente, ze vergeven hem alles. Je krijgt de indruk dat de vermoordde vrouw misschien wel de enige was die niet totaal in hem opging – zij bleef bij hem omdat ze de zekerheid van een huis nodig had.

Het boek is vooral een portrettenkrans, of zo'n negentiende-eeuws schilderij met de aantrekkelijke man groot in het midden en een kring portretjes van vrouwelijke bewonderaarsters eromheen gerangschikt. Professor Gouin is de persoon om wie het boek draait, en het aardige ervan is dat Maigret, en dus ook de lezer, hem pas in de laatste dertig bladzijden zelf te zien en te horen krijgt in een gesprek waarin gaandeweg eindelijk duidelijk wordt hoe de vork in de steel zat en wie de dader was. Dat is dus precies de suspense waarvan ik tot nu toe altijd heb gezegd niet te houden, maar waaraan ik vermoedelijk ooit ga toegeven.

In de context van het Parijs van de jaren vijftig wordt het nog extra aantrekkelijk. Die bistrots! De glazen marc die Maigret naar binnenslaat! Het telefoneren vanuit openbare aangelegenheden! Nee, echt, nog zo'n twintig jaar, en ik ga voor de bijl.


Reacties

Leo Rademakers zei…
Beste Marc, de boeken van Simenon zijn stuk voor stuk geweldig. Ik ben nog geen andere schrijver tegengekomen die het menselijk gedrag zó scherp observeert en analyseert. Zijn 'Zwarte Beertjes' die niet over commissaris Maigret gaan zijn echte juweeltjes. 'De blauwe kamer' bijvoorbeeld, of 'De man die de treinen voorbij zag gaan'. Aanradertjes, stuk voor stuk.

Populaire berichten van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …