3.3.14

Georges Simenon. Maigret se trompe. Livres de Poche, 2013 (1953).

Detectives, daar houd ik niet zo van. Dat je langzaam maar zeker informatie krijgt opgediend, dat je voelt dat je als lezer in spanning wordt gehouden, dat de schrijver wel weet dat je eigenlijk iets wil weten, maar je dat nog niet vertelt – het is mijn smaak niet.

Ik had dan ook nog nooit, nog nooit, een Maigret gelezen. Ik heb er denk ik weleens op de tv gezien, al kan ik me daar dan alleen nog een vaag beeld van een brede man met een hoed, een lange jas en een pijp van herinneren. Misschien waren het wel alleen fragmenten die ik zag, misschien raakte ik snel verveeld.

Ik was er denk ik te jong voor. Ik heb nu wel een Maigret gelezen en hoewel ik nu nog niet helemaal verkocht ben, vermoed ik dat ik als ik later oud en der dagen zat ben zo zal eindigen: in een luie stoel met een e-reader met alleen maar detectives, waaronder alle Maigret-verhalen.

In Maigret se trompe is een jonge vrouw vermoord, de maitresse van een chirurg die een appartement voor haar gehuurd heeft terwijl hij zelf in het appartement erboven woont. Maigret ontdekt al snel dat die man een bijzondere aantrekkingskracht heeft op vrouwen: de concierge, zijn echtgenote, zijn assistente, ze vergeven hem alles. Je krijgt de indruk dat de vermoordde vrouw misschien wel de enige was die niet totaal in hem opging – zij bleef bij hem omdat ze de zekerheid van een huis nodig had.

Het boek is vooral een portrettenkrans, of zo'n negentiende-eeuws schilderij met de aantrekkelijke man groot in het midden en een kring portretjes van vrouwelijke bewonderaarsters eromheen gerangschikt. Professor Gouin is de persoon om wie het boek draait, en het aardige ervan is dat Maigret, en dus ook de lezer, hem pas in de laatste dertig bladzijden zelf te zien en te horen krijgt in een gesprek waarin gaandeweg eindelijk duidelijk wordt hoe de vork in de steel zat en wie de dader was. Dat is dus precies de suspense waarvan ik tot nu toe altijd heb gezegd niet te houden, maar waaraan ik vermoedelijk ooit ga toegeven.

In de context van het Parijs van de jaren vijftig wordt het nog extra aantrekkelijk. Die bistrots! De glazen marc die Maigret naar binnenslaat! Het telefoneren vanuit openbare aangelegenheden! Nee, echt, nog zo'n twintig jaar, en ik ga voor de bijl.


1 opmerking:

Leo Rademakers zei

Beste Marc, de boeken van Simenon zijn stuk voor stuk geweldig. Ik ben nog geen andere schrijver tegengekomen die het menselijk gedrag zó scherp observeert en analyseert. Zijn 'Zwarte Beertjes' die niet over commissaris Maigret gaan zijn echte juweeltjes. 'De blauwe kamer' bijvoorbeeld, of 'De man die de treinen voorbij zag gaan'. Aanradertjes, stuk voor stuk.