5.1.14

Alice Munro. Dear life. New York: Vintage Books, 2012.

De heterofilie, dat is toch eigenlijk ook een wonder. Nee, ik heb het niet over de seksualiteit, dat is iets met hormonen en zo, en aangeboren. Maar de filie. Dat je van iemand houdt, dat je besluit je leven te delen met iemand die je eigenlijk niet begrijpt. Die je eigenlijk maar beter niet kunt begrijpen, want die ander moet anders zijn – anders was je immers geen heterofiel.

Ja, je kunt ook nog denken dat die ander je alleen maar aanvult, maar zo zit het in de verhalen van Alice Munro in Dear Life in ieder geval niet. In bijna ieder van die verhalen komt een man een vrouw tegen, of een vrouw een man, en gebeurt er iets tussen die twee – iets wat je soms in ieder geval voor liefde zou kunnen verslijten – terwijl de personen elkaar bijna niet begrijpen. Een van de twee is dan ook nog vaak een buitenstaander, iemand die van ergens anders vandaan komt, met de trein, of met de auto, en de lokale zeden misschien niet goed begrijpt.

Je krijgt het hele verhaal vervolgens te zien vanuit een van de perspectieven: dat van de man of dat van de vrouw, dat van de lokale persoon of dat van de vreemdeling. Het maakt eigenlijk allemaal niet uit. Het gaat er vooral om dat je elkaar niet kent. De bejaarde man die samen met jou fantasietjes had over gezamelijke zelfmoord blijkt vroeger een vriendin te hebben, een dokter in een verpleeghuis die met je zou trouwen wil je toch niet hebben. De personen lopen eigenlijk allemaal een beetje in het duister te tasten – terwijl het tegelijk heel duidelijke verhalen zijn.

Wel op de een of andere manier de verhalen van een oudere vrouw, trouwens, en niet alleen door het duister waarin iedereen tast, of door het feit dat veel van de verhalen zich in het verleden afspelen, maar vooral ook door de toon van die verhalen, de rijpere, vollere toon. Of nou ja, wat weet ik ervan, ik heb nog nooit eerder iets van Alice Munro gelezen. Alweer een gat gevonden dat ik maar eens moet opvullen.

Geen opmerkingen: