Doorgaan naar hoofdcontent

Alice Munro. Dear life. New York: Vintage Books, 2012.

De heterofilie, dat is toch eigenlijk ook een wonder. Nee, ik heb het niet over de seksualiteit, dat is iets met hormonen en zo, en aangeboren. Maar de filie. Dat je van iemand houdt, dat je besluit je leven te delen met iemand die je eigenlijk niet begrijpt. Die je eigenlijk maar beter niet kunt begrijpen, want die ander moet anders zijn – anders was je immers geen heterofiel.

Ja, je kunt ook nog denken dat die ander je alleen maar aanvult, maar zo zit het in de verhalen van Alice Munro in Dear Life in ieder geval niet. In bijna ieder van die verhalen komt een man een vrouw tegen, of een vrouw een man, en gebeurt er iets tussen die twee – iets wat je soms in ieder geval voor liefde zou kunnen verslijten – terwijl de personen elkaar bijna niet begrijpen. Een van de twee is dan ook nog vaak een buitenstaander, iemand die van ergens anders vandaan komt, met de trein, of met de auto, en de lokale zeden misschien niet goed begrijpt.

Je krijgt het hele verhaal vervolgens te zien vanuit een van de perspectieven: dat van de man of dat van de vrouw, dat van de lokale persoon of dat van de vreemdeling. Het maakt eigenlijk allemaal niet uit. Het gaat er vooral om dat je elkaar niet kent. De bejaarde man die samen met jou fantasietjes had over gezamelijke zelfmoord blijkt vroeger een vriendin te hebben, een dokter in een verpleeghuis die met je zou trouwen wil je toch niet hebben. De personen lopen eigenlijk allemaal een beetje in het duister te tasten – terwijl het tegelijk heel duidelijke verhalen zijn.

Wel op de een of andere manier de verhalen van een oudere vrouw, trouwens, en niet alleen door het duister waarin iedereen tast, of door het feit dat veel van de verhalen zich in het verleden afspelen, maar vooral ook door de toon van die verhalen, de rijpere, vollere toon. Of nou ja, wat weet ik ervan, ik heb nog nooit eerder iets van Alice Munro gelezen. Alweer een gat gevonden dat ik maar eens moet opvullen.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …