17.8.13

Walter Siti. Resistere non serve a niente. Milano: Rizzoli, 2013 [2012]

De Amerikaanse econoom Keith Chen heeft een jaar of acht geleden in een laboratorium een aantal aapjes geleerd om met geld om te gaan: ze 'verdienden' muntstukken die ze tegen een bepaalde koers voor bananen of sinaasappels konden omruilen. Een van de resultaten van Chens onderzoek was dat de apen zo prostitutie ontdekten: binnen niet eens zo heel veel tijd was er een mannetje dat een vrouwtje munten aanbood voor sex; en een vrouwtje dat die munten accepteerde.

Aan het begin van Walter Siti's nieuwe, succesvolle roman Resistere non serve a niente (Weerstand heeft geen zin) staat een essay dat de schrijver in een tijdschrift publiceerde naar aanleiding van dit onderzoek. Zijn wij door de komst van het geld niet allemaal hoeren geworden? Doen niet steeds meer mensen dingen die ze niet willen, alleen maar voor geld dat ze helemaal niet nodig hebben?

Naar aanleiding van dat essay komt Siti in contact met Tommaso, een financieel specialist die getrouwd is met presentatrice bij RAI 1. Al snel wordt duidelijk wat Tommaso eigenlijk wil: zijn biografie laten schrijven door een echte schrijver. Die taak neemt Siti op zich: een groot deel van het boek is inderdaad de levensbeschrijving van deze Tommaso, die als kind van een criminele vader alleen werd opgevoed door zijn moeder, die veel te dik werd, die eigenlijk wiskundige had willen en misschien wel moeten worden, maar uiteindelijk in de bankenwereld terecht kwam (nadat hij op 18-jarige leeftijd liposuctie en een maagverkleining had doorgemaakt). En die in die financiële wereld langzaam verdwaalt in het nevelige grensgebied met de witteboordencriminaliteit.

Er zijn natuurlijk al 100.000 romans geschreven die de grens tussen fictie en werkelijkheid 'verkennen', maar Walter Siti doet dat in dit boek toch op een bijzondere manier. Bijvoorbeeld weet hij in de levensbeschrijving van Tommaso een heel overtuigende 'non-fictie'-toon aan te slaan; precies die van de getalenteerde journalist die zich zo goed weet in te leven in zijn personages. Tegelijkertijd beweert hij dat hij een alwetendevertellersperspectief hanteert, terwijl hij evident niet alles weet en af en toe ook behoorlijk verrast raakt door wat hij te weten komt (laten we zeggen, over een buitenechtelijke relatie die zijn hoofdpersoon blijkt te hebben).

In een nawoordje zegt hij verder dat alle personen verzonnen zijn 'zoals in alle zichzelf respecterende historische romans', behalve dat 'de (weinige) minder belangrijke personages die ik vanwege hun beroemdheid niet goed kon vermommen, door asterisken beschermd worden.' Met andere woorden: zo verzonnen zijn die anderen misschien toch ook niet. Bovendien is er dan nog één personage dat duidelijk onder eigen naam opereert: Walter Siti, de schrijver die aan het begin van het boek van zijn uitgever te horen krijgt dat het nu maar eens afgelopen moet zijn met die eeuwige semi-autobiografische verhaaltjes vol homoseksualiteit, en daar met dit boek perfect aan voldoet.

Want, net als iedereen die zichzelf respecteert, is ook hij natuurlijk gewoon een prostitué.

Geen opmerkingen: