Doorgaan naar hoofdcontent

Walter Siti. Resistere non serve a niente. Milano: Rizzoli, 2013 [2012]

De Amerikaanse econoom Keith Chen heeft een jaar of acht geleden in een laboratorium een aantal aapjes geleerd om met geld om te gaan: ze 'verdienden' muntstukken die ze tegen een bepaalde koers voor bananen of sinaasappels konden omruilen. Een van de resultaten van Chens onderzoek was dat de apen zo prostitutie ontdekten: binnen niet eens zo heel veel tijd was er een mannetje dat een vrouwtje munten aanbood voor sex; en een vrouwtje dat die munten accepteerde.

Aan het begin van Walter Siti's nieuwe, succesvolle roman Resistere non serve a niente (Weerstand heeft geen zin) staat een essay dat de schrijver in een tijdschrift publiceerde naar aanleiding van dit onderzoek. Zijn wij door de komst van het geld niet allemaal hoeren geworden? Doen niet steeds meer mensen dingen die ze niet willen, alleen maar voor geld dat ze helemaal niet nodig hebben?

Naar aanleiding van dat essay komt Siti in contact met Tommaso, een financieel specialist die getrouwd is met presentatrice bij RAI 1. Al snel wordt duidelijk wat Tommaso eigenlijk wil: zijn biografie laten schrijven door een echte schrijver. Die taak neemt Siti op zich: een groot deel van het boek is inderdaad de levensbeschrijving van deze Tommaso, die als kind van een criminele vader alleen werd opgevoed door zijn moeder, die veel te dik werd, die eigenlijk wiskundige had willen en misschien wel moeten worden, maar uiteindelijk in de bankenwereld terecht kwam (nadat hij op 18-jarige leeftijd liposuctie en een maagverkleining had doorgemaakt). En die in die financiële wereld langzaam verdwaalt in het nevelige grensgebied met de witteboordencriminaliteit.

Er zijn natuurlijk al 100.000 romans geschreven die de grens tussen fictie en werkelijkheid 'verkennen', maar Walter Siti doet dat in dit boek toch op een bijzondere manier. Bijvoorbeeld weet hij in de levensbeschrijving van Tommaso een heel overtuigende 'non-fictie'-toon aan te slaan; precies die van de getalenteerde journalist die zich zo goed weet in te leven in zijn personages. Tegelijkertijd beweert hij dat hij een alwetendevertellersperspectief hanteert, terwijl hij evident niet alles weet en af en toe ook behoorlijk verrast raakt door wat hij te weten komt (laten we zeggen, over een buitenechtelijke relatie die zijn hoofdpersoon blijkt te hebben).

In een nawoordje zegt hij verder dat alle personen verzonnen zijn 'zoals in alle zichzelf respecterende historische romans', behalve dat 'de (weinige) minder belangrijke personages die ik vanwege hun beroemdheid niet goed kon vermommen, door asterisken beschermd worden.' Met andere woorden: zo verzonnen zijn die anderen misschien toch ook niet. Bovendien is er dan nog één personage dat duidelijk onder eigen naam opereert: Walter Siti, de schrijver die aan het begin van het boek van zijn uitgever te horen krijgt dat het nu maar eens afgelopen moet zijn met die eeuwige semi-autobiografische verhaaltjes vol homoseksualiteit, en daar met dit boek perfect aan voldoet.

Want, net als iedereen die zichzelf respecteert, is ook hij natuurlijk gewoon een prostitué.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…