Doorgaan naar hoofdcontent

Jonathan Swift: Gulliver's Travels

De mensheid, daar deugt nou eens echt helemaal niets van. Wanneer je de mensen heel klein maakt, zie je hoe druk ze zich maken over roem en eer en andere onbelangrijkheden. Vergroot je ze uit, dan zie je hoe de huid van zelfs de knapste jonge vrouw vol puistjes en pukkels en oneffenheden zit.

Niets van wat de mens doet, heeft ook maar de geringste betekenis. Neem nu de wetenschap: degenen die zich bezig houden met 'zuivere' wetenschap, gaan zo autistisch op in hun beslommeringen dat ze de wereld niet zien, degenen die de wetenschap willen toepassen, doen de meest onzinnige, om niet te zeggen schadelijke, uitvindingen.

Daar komt nog bij dat de mens stinkt en egoïstisch is en agressief en vol duistere driften zit. Wie zou er met zulk volk te maken willen hebben?

Gulliver's Travels is misschien niet echt een boek waar je nu eens vrolijk van wordt. De boodschap is eigenlijk zo zwart dat je hem maar op afstand plaatst, wat inmiddels natuurlijk ook al honderden jaren gebeurt, bijvoorbeeld door er een kinderboek uit te halen met allerlei grappige belevenissen temidden van gefantaseerde vreemde volkeren.

Maar wat is er eigenlijk onwaar aan de extreme mensenhaat die Swift tentoon spreidde? Geeft de mens ook maar op enige manier aanleiding tot meer mededogen? Het enige wat ik tegen Swift in kan brengen: wij mensen zijn het enige wat we hebben. Ook de idealen waar we niet aan voldoen, komen uit ons voort. Er ís geen superieur ras van rationele paarden waar we ons tegen kunnen afzetten. We moeten het nog steeds met onszelf doen. Maar is dat voldoende weerlegging?

Reacties

Populaire berichten van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …