Doorgaan naar hoofdcontent

Carel ter Linden. Wat doe ik hier in godsnaam? Een zoektocht. Amsterdam: Arbeiderspers, 2013.

Carel ter Linden, een van de beroemdste dominees van Nederland – dit weekeinde was hij weer even te zien omdat hij de begrafenis van Prins Friso leidde. In zijn nieuwe boek Wat doe ik hier in godsnaam? legt hij uit waarom hij niet meer in (een persoonlijke) God gelooft, en niet meer in een leven na de dood. Maar waarom hij zichzelf toch als een christelijke dominee blijft beschouwen.

Het komt vooral door de wetenschap, en met name door de biologie. De wrede, blinde evolutie, en alle pijn en ziekte die ermee gepaard gaat, zijn onverenigbaar met een liefhebbende en almachtige God. Ter Linden laat soms (heel curieus, vind ik) in zijn boek een aantal natuurwetenschappers aan het woord – hij interviewt ze niet, ze nemen tijdelijk even de pen over –, die populair-wetenschappelijk uitleggen wat DNA is, en dergelijke.

Mij lijkt dat Ter Lindens probleem is dat hij een monotheïst blijft: er is maar één werkelijkheid, zegt hij verschillende keren in dit boek. En als de wetenschap gelijk heeft, kan God dus niet bestaan.

Vervolgens komt hij met oplossingen, met plaatsjes die er toch nog gegeven kunnen worden aan God. Dat zijn er in zekere zin twee: die van de Tegenstem (het 'Grote Geweten', het stemmetje dat ons voorhoudt wat goed en kwaad is) en die van het Essentiële, datgene waar het werkelijk om gaat. Die twee zijn natuurlijk één – je bent monotheïst of je bent het niet – en de Tegenstem verkondigt dus het Essentiële.

De kwestie lijkt me daarbij dan wel: wat is dat Essentiële? En is dat wel eigenlijk één ding? Ter Linden noemt steeds hele reeksen van zaken die essentieel zijn: je bekommeren om je naaste, liefde, opstaan tegen onrechtvaardigheid, enz. Hoe weten we nu dat dit één is, dat er niet meerdere goede krachten in de wereld zijn, die elkaar soms tegenwerken?

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Nick Hornby. Funny Girl. Penguin, 2015.

Nick Hornby leeft in een fijne wereld, die uit twee kanten bestaat. Aan de ene kant is er competent uitgevoerd werk. Aan de andere kant bestaat er pretentieloos, maar daarom niet minder competent uitgevoerd vermaak.

Het is een wereld van romantische komedie, zij het dat die komedie ook nog best 30 jaar door kan gaan en dan nog altijd niet verzuurt. Het is een wereld waarin je af en toe geniet van een voetbalwedstrijd en dan weer van een goed boek. Het is een wereld waarin je niet eens heel veel moeite hoeft te doen om mooie, door veel mensen gemaakte dingen hoeft te maken, omdat het je eigenlijk allemaal aan komt waaien.

Het is in dit boek de wereld van Barbara uit Blackpool die aan het begin van de roman – die zich afspeelt in de jaren zestig – wegloopt als ze tot Miss Blackpool verkozen wordt en denkt dat er iets beters op haar wacht en die dan binnen korte tijd inderdaad haar eigen sitcom krijgt op de BBC. Die moeiteloos vervolgens miljoenen kijkers aan zich bindt.

Veel spanning zi…