18.8.13

Carel ter Linden. Wat doe ik hier in godsnaam? Een zoektocht. Amsterdam: Arbeiderspers, 2013.

Carel ter Linden, een van de beroemdste dominees van Nederland – dit weekeinde was hij weer even te zien omdat hij de begrafenis van Prins Friso leidde. In zijn nieuwe boek Wat doe ik hier in godsnaam? legt hij uit waarom hij niet meer in (een persoonlijke) God gelooft, en niet meer in een leven na de dood. Maar waarom hij zichzelf toch als een christelijke dominee blijft beschouwen.

Het komt vooral door de wetenschap, en met name door de biologie. De wrede, blinde evolutie, en alle pijn en ziekte die ermee gepaard gaat, zijn onverenigbaar met een liefhebbende en almachtige God. Ter Linden laat soms (heel curieus, vind ik) in zijn boek een aantal natuurwetenschappers aan het woord – hij interviewt ze niet, ze nemen tijdelijk even de pen over –, die populair-wetenschappelijk uitleggen wat DNA is, en dergelijke.

Mij lijkt dat Ter Lindens probleem is dat hij een monotheïst blijft: er is maar één werkelijkheid, zegt hij verschillende keren in dit boek. En als de wetenschap gelijk heeft, kan God dus niet bestaan.

Vervolgens komt hij met oplossingen, met plaatsjes die er toch nog gegeven kunnen worden aan God. Dat zijn er in zekere zin twee: die van de Tegenstem (het 'Grote Geweten', het stemmetje dat ons voorhoudt wat goed en kwaad is) en die van het Essentiële, datgene waar het werkelijk om gaat. Die twee zijn natuurlijk één – je bent monotheïst of je bent het niet – en de Tegenstem verkondigt dus het Essentiële.

De kwestie lijkt me daarbij dan wel: wat is dat Essentiële? En is dat wel eigenlijk één ding? Ter Linden noemt steeds hele reeksen van zaken die essentieel zijn: je bekommeren om je naaste, liefde, opstaan tegen onrechtvaardigheid, enz. Hoe weten we nu dat dit één is, dat er niet meerdere goede krachten in de wereld zijn, die elkaar soms tegenwerken?

Geen opmerkingen: