25.5.13

Nikos Kazantzakis. Saint Francis. Chicago: Loyola Classics, 2005 (1956)

Vertaling: P.A. Bien

Nikos Kazantzakis was een Griekse schrijver en een zoeker, een ongekende zoeker, ik geloof niet dat er iemand in de twintigste eeuw zo intensief, zo gepassioneerd, zo liefdevol, zo wanhopig en zo warmbloedig gezocht heeft – naar de zin van het bestaan, naar God, naar iemand die hem kon duidelijk maken waar het toe diende.

Het moest een mens zijn die hem dat duidelijk maken, en daarom schreef hij altijd voor menselijke figuren: Jezus bijvoorbeeld, in The last temptation en Christ Recrucified of al die andere figuren, van Boeddha via Odysseus tot Lenin, die hij in zijn autobiografie Report to Greco beschreef. Of, natuurlijk Zorba 'de Griek'.

Of, in dit boek, de heilige Franciscus.

Franciscus is van alle personen in de boeken van Kazantzakis misschien wel de meest intense, de meest compromisloze – de heiligste. Anders dan Jezus is hij een mens, maar een mens die zich weet op te tillen tot God door te vasten en te bidden en allerlei extreem gedrag te vertonen. Zijn verhaal wordt verteld door zijn compagnon, Broeder Leo. En broeder Leo is wel een mens, die af en toe best iets wil eten of drinken en ook niet per se het altijd koud wil hebben. Broeder Leo is iemand die vertrouwder is uit de boeken van Kazantzakis – iemand die echt worstelt, terwijl Franciscus alle pijn nauwelijks voelt.

Met het verdwijnen van het geloof uit de wereld, verdwijnt volgens dit boek niet zozeer de moraal, of het geven om elkaar, of de warme belangstelling voor elkaar. Er vervalt de compromisloosheid van iemand als Franciscus – iemand die zeker weet wat God van hem wil, hoeveel God van hem wil: almaar meer. Die bereid is om dan ook alles aan God op te offeren, zijn rijkdom, zijn familie, alle andere menselijke betrekkingen, en alles wat maar enigszins prettig kan zijn.

Is dat waanzin? Zo ben je dat als moderne lezer geneigd te zijn. Maar aan de hand van broeder Leo, aan de hand van Kazantzakis, voel je wel de fascinatie voor zo iemand, zo'n rauw, compromisloos iemand – een heilige, die zelfs uiteindelijk weinig voor elkaar krijgt op deze wereld (een groot deel van de tijd trekt hij zich terug uit de wereld om alleen te zijn met God) omdat zelfs het onderhouden van een monnikenorde, of het effectiever verbreiden van de zegen over de mensheid, moet wijken voor dat contact met God.

De lezer weet dat Kazantzakis niet zo was. Dat hij na het schrijven van De heilige Francis weer verder is gegaan naar Odysseus en Boeddha. En precies daardoor kan de ongelovige, moderne lezer ineens een echte hagiografie lezen, een heiligenleven, waarin wordt getoond hoe rauw en hard dat was.

Geen opmerkingen: