Doorgaan naar hoofdcontent

David Sedaris. Let's explore diabetes with owls. Little, Brown & Company, 2013.

Wat maakt David Sedaris, misschien wel de populairste humoristische schrijvers van dit moment, af en toe zo onweerstaanbaar grappig? Wie dat wil weten zou zijn nieuwste boek, Let's explore diabetes with owls, zorgvuldig moeten bestuderen. Niet alleen omdat er in dat boek zulke grappige verhalen staan, trouwens – er staan ook een paar echt mislukte verhalen in.

Die mislukte verhalen – een satire bijvoorbeeld op een soort Tea Party-lid dat zich druk maakt over het homohuwelijk en uiteindelijk zoenen met een jongen best fijn lijkt te vinden, of een verhaaltje over een vrouw die tegen Obama wil protesteren en zich door haar dochter laat overtuigen om dan een T-shirt aan te doen met Asshole – zijn behaagziek; maar dat is het niet. Sedaris is altijd een beetje behaagziek. Sommige van de verhalen in het nieuwe luisterboek zijn opgenomen voor een zaal, want hij treedt regelmatig op voor grote zalen. (In september komt hij in Carré.)

De mislukte verhalen zijn geloof ik vooral mislukt omdat ze iets te veel op het effect zijn gericht, maar vooral omdat ze de pretentie opgeven dat ze gaan over David Sedaris. David Sedaris is eigenlijk alleen grappig als het gaat om het personage David Sedaris.

Dat personage is een neuroot. Dat komt natuurlijk wel vaker voor, in de humoristische tradities, dat schrijvers zichzelf als neuroten presenteren. Woody Allen zal onder zijn landgenoten vast een voorbeeld zijn geweest. Maar David is dat dan weer onbekommerd op zijn eigen manier. Wie een aantal boeken gelezen heeft, krijgt het idee dat hij hem kent – met zijn rare, half-Griekse familie, met zijn juist o zo stabiele man Hugh, maar vooral met zijn eigen half-hysterische onhebbelijkheden.

David Sedaris in de verhalen van David Sedaris geeft toe aan allerlei neuroses die de lezer zelf maar tenauwernood weet te onderdrukken. In dit verhaal geeft hij zich bijvoorbeeld geheel en al over aan de neiging om het alomaanwezige afval in Engeland, waar hij tegenwoordig woont, op te ruimen, of spreekt hij, tegen alle (Amerikaanse) politieke correctheid in, zijn afschuw uit over de hygiëne in China en daarmee samenhangend, het Chinese eten.

Ieder mens heeft allerlei mensen in zich; met lezen kun je opeens een onverwachte kant in jezelf naar boven brengen. Door David Sedaris te lezen heb ik de neurotische, egocentrische Amerikaanse homo in mijzelf ontdekt.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…