Doorgaan naar hoofdcontent

Jutta Chorus. Beatrix. Dwars door alle weerstand heen. Contact, 2013.

Ooit was de geschiedenis van pakweg een land in de eerste plaats: de geschiedenis van de koning. Over de onderdanen van laten we zeggen koning Filips II wist niemand iets. En wat er toevallig wel bekend was, interesseerde niemand. Wat die Filips allemaal deed en niet deed, dat was waar het eigenlijk om ging. Bij Shakespeare heet de koning van Frankrijk meestal France: de koning en zijn land waren één.

Niet zo in onze tijd. Terwijl je zou denken en ook wel hoort beweren dat alles nu om de persoonlijkheid draait, is het oude instituut waarin persoonlijkheden zo belangrijk waren, steeds meer in zichzelf gekeerd.

Wie was bijvoorbeeld Beatrix, tot vanochtend nog de koningin van Nederland? Dat is maar moeilijk te achterhalen. Leest ze weleens een Nederlandse roman? Als ze naar de tv kijkt, waar kijkt ze dan naar? Wat is haar mening over, pakweg, het programma De rijdende rechter? Ik zou het niet durven zeggen. Het schijnt bij het koningsschap te horen dat ongeveer alles in nevelen gehuld is: niet alleen de politieke opstelling, maar alles waar de koning een keuze zou kunnen maken die eventueel anders zou kunnen zijn dan die van anderen.

Natuurlijk weten we wel wat van Beatrix. Bijvoorbeeld dat ze houdt van moderne beeldende kunst – wat nu eerlijk gezegd niet speciaal het gebied is waarop ik op grote kennis of zelfs belangstelling kan bogen. In haar biografie Beatrix. Dwars door alle weerstand heen beschrijft Jutta Chorus hoe de koningin een jaar of 13 geleden een tentoonstelling maakte voor het Stedelijk en hoe ontdaan ze was dat die door de Volkskrant werd afgemaakt, hoewel de krant eigenlijk met onzinnige verwijten kwam (het kwam er eigenlijk op neer dat er te weinig seks en drugs in voorkwam – alsof je alleen van moderne kunst kunt houden als je een flinke porties dildo's tolereert).

Ook door Chorus' boek komt de vrouw die prinses Beatrix is niet heel uitgesproken naar voren. Ja, ze is een perfectionist, wat betekent dat ze altijd idioot hard werkte. Zelfs al betwijfelden mensen of dat werk wel zin had: waarom zou een koningin alle stukken moeten lezen die zelfs ministers negeren, wanneer ze uiteindelijk niet veel meer kan doen dan alles tekenen? Volgens Chorus zette de prinses zich daarmee af tegen de chaos die er heerste onder haar ouders – haar kon noch de wat zweverige en al te 'gewone' kant van Juliana noch de onbetrouwbaarheid van Bernhard uiteindelijk bekoren. Een omgekeerde generatiekloof leek zich weer voor te doen bij Willem-Alexander, die ook weer wat volkser is of wil zijn.

De vorst is een lege huls geworden, waarover je geen geschiedenis kan schrijven. Hij of zij moet een beetje persoonlijkheid hebben omdat de mensen het anders niet vertrouwen, maar niet zoveel dat grote groepen mensen zich er niet meer in zouden herkennen. Een koning die zijn felle fandom voor Marco Borsato uitdraagt is evenmin acceptabel als een koning waarvan iedereen weet dat hij eigenlijk het liefst Guy de Maupassant zou lezen. Vroeger waren koningen de enige spelers op het toneel. Zij hadden de macht en dus keek iedereen naar hen. Nu moeten ze, zo lijkt het wel, vooral hun best doen niemand te irriteren.

Chorus' boek zet wat we weten over Beatrix goed en leesbaar op een rijtje; maar er is enorm veel wat we niet weten en ook niet kunnen of zelfs mogen weten. Ja, de prinses is gevormd door haar eigenaardige opvoeding en daar als een eigenaardige persoon uit naar voren gekomen. Haar achtergrond en geschiedenis zijn met niemand te vergelijken. Dat maakt het eigenlijk moeilijk om een moderne biografie te schrijven, waarin je uiteindelijk altijd iemands gedrag 'verklaart' door deze volgens algemeen-menselijke wetten te laten volgen uit haar opvoeding en omstandigheden.

Je krijgt uit een boek vooral een indruk van wat een enorme paradox het koningsschap is – hoe het moet leiden tot ongeluk. Dat het vraagt van mensen om zich als lege hulsen te gedragen en dat dit een offer is dat je eigenlijk niet vragen mag.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Nick Hornby. Funny Girl. Penguin, 2015.

Nick Hornby leeft in een fijne wereld, die uit twee kanten bestaat. Aan de ene kant is er competent uitgevoerd werk. Aan de andere kant bestaat er pretentieloos, maar daarom niet minder competent uitgevoerd vermaak.

Het is een wereld van romantische komedie, zij het dat die komedie ook nog best 30 jaar door kan gaan en dan nog altijd niet verzuurt. Het is een wereld waarin je af en toe geniet van een voetbalwedstrijd en dan weer van een goed boek. Het is een wereld waarin je niet eens heel veel moeite hoeft te doen om mooie, door veel mensen gemaakte dingen hoeft te maken, omdat het je eigenlijk allemaal aan komt waaien.

Het is in dit boek de wereld van Barbara uit Blackpool die aan het begin van de roman – die zich afspeelt in de jaren zestig – wegloopt als ze tot Miss Blackpool verkozen wordt en denkt dat er iets beters op haar wacht en die dan binnen korte tijd inderdaad haar eigen sitcom krijgt op de BBC. Die moeiteloos vervolgens miljoenen kijkers aan zich bindt.

Veel spanning zi…