Doorgaan naar hoofdcontent

Timur Vermes. Er ist wieder da. Eichborn Verlag, 2012.

Voor de recensent van The Sun bewijst het recente succes van de roman Er is wieder da (de verrassing van de afgelopen maanden in Duitsland) het maar weer eens: de Duitsers hebben geen humor. Grappen maken over Hitler, dat hebben de Britten al zo lang geleden zoveel beter gedaan!

Die recensie bewijst volgens mij alleen maar dat Duitsers inmiddels een beter gevoel voor humor hebben dan de recensent van The Sun. Natuurlijk: natuurlijk lopen er decennialang Britse komieken met kleine snorretjes te brullen, maar een pijnlijke, zo slimme satire als Er ist wieder da, daarvoor moet je tegenwoordig toch eerder in Duitsland zijn. (Ik geloof dat het idee dat men daar geen humor heeft inmiddels toch ook wel naar de prullenbak kan.)

Er ist wieder da wordt verteld door Adolf Hitler. Die wordt op een zomermiddag in 2011 wakker op een voetbalveldje in Berlijn. Zijn lichaam is 56-jaar oud, zoals het in 1945 was. Hij blijkt het nog te kunnen: al snel krijgt hij een 'act' aangeboden in een comedy show van een Turkse komiek op een commerciële zender. Al snel wordt Hitler een groter succes op YouTube dan zijn gastheer en als hij op een dag in elkaar geslagen wordt door een stel skinheads, die menen dat hij hun held belachelijk maakt, begint het al snel aanbiedingen te regenen vanuit alle politieke partijen.

Er ist wieder da kun je het best beluisteren, in de voorgelezen versie van Christoph Maria Herbst, die precies de juiste hysterische toon van Hitler weet te treffen, zonder dat het over the top wordt.

Het ongemakkelijke is: je ziet hoe het kan gaan. Men vindt die Hitler in onze tijd wel een grappig mannetje, men geeft hem een podium, hij kan zijn verschrikkelijke dingen brullen, hij weet andere mensen te bewegen ook eens dingen te zeggen die men normaal gesproken niet zegt, en gaandeweg wordt hij populairder dan Angela Merkel.

Sterker nog, Er ist wieder da doet ongeveer zelf wat het beschrijft. Het laat Hitler aan het woord. Dat werkt grappig en als satire en je begint dat Hitlertje bijna sympathiek te vinden. Dat brengt ineens wel heel dichtbij hoe gevaarlijk die figuur eigenlijk was – of is. Hoe mal en hysterisch hij ook is – nooit zal ik de manier vergeten waarop Herbst het woord fanatisch uitspreekt –, hij sleept je langzaam mee zijn hol in. Zo dichtbij komt de Engelse humor over Hitler niet – die gaat er toch vanuit dat 'wij' wel beter weten dan ooit achter zo'n malle figuur aan te lopen.

Er ist wieder da is inmiddels in het échte Duitsland ongeveer een even groot succes als Hitler is in het door Vermes beschreven Duitsland. 'Zie ik eruit als een misdadiger?' vraag Hitler op een bepaald moment in het boek verontwaardigd. 'U ziet eruit als Hitler,' zegt zijn gesprekspartner. 'Nou dan!' roept Hitler.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …