Doorgaan naar hoofdcontent

Francesco Piccolo. Momenti di trascurabile felicità. Milano, Enaudi, 2011

Mijn hele leven heb ik details willen zien. Ik heb dit geloof ik nog nooit aan iemand verteld, maar mijn grote voorbeeld was voor mij lange tijd een Franse man die ons tijdens een vakantie rondleidde over een boerderij en over werkelijk ieder scheurtje in het plafond en iedere verdwaalde lampetkan een gedetailleerd en boeiend verhaal wist te vertellen. Zo heb ik sindsdien ook willen zijn – altijd op zoek naar de interessante scheurtjes in het plafond.

De Italiaanse schrijver Francesco Piccolo is ook zo. Zijn boekje Momenti di trascurabile felicità staat vol met dat soort observaties. Dat er altijd een aparte, lacherige sfeer ontstaat wanneer ergens waar een gezelschap bijeen is ineens het licht uitvalt. En dat men gaat klappen als het licht dan weer aangaat. Dat niemand precies weet wat te doen wanneer een telefoonverbinding verbroken wordt: wie belt wie dan terug? Hoe automobilisten in Rome onwillekeurig afremmen wanneer ze een voetganger naast een auto zien staan, omdat ze denken dat die voetganger misschien bij die auto hoort, en binnenkort wegrijdt, om zo een parkeerplaats vrij te maken.

Dat soort observaties werken op de een of andere manier aanstekelijk, onder andere omdat niemand anders ze maakt, terwijl iedereen ze maakt. Het gaat over dingen waarvan je door zo'n boekje ineens ontdekt dat ze niet privé zijn. Nee, dat is het eigenlijk ook niet: je dacht nooit dat ze niet privé waren, je besteedde er nooit aandacht aan.

Het valt me wel op hoe gefascineerd Piccolo is door het verkeer. Heel veel van zijn geluksmomenten hebben te maken met verkeersdeelnamen: in treinen, in auto's, in auto's wachtend op voorbij komende treinen, op de stoep naast de auto, enzovoort. Die fascinatie deel ik niet, of beter kan ik zeggen: deelde ik niet. Ik zal de volgende keer toch wat beter opletten, in de trein.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…