Doorgaan naar hoofdcontent

Tom-Jan Meeus. De grote Amerikashow. Amsterdam: Nw Amsterdam, 2012.

Hoe verkoop je een boek over het moderne Amerika aan een Nederlands publiek? Nou, hebben ze gedacht bij Nw Amsterdam, dat doen we zo:

Realiseert Nederland zich wel wat de risico’s zijn van een gepolariseerde maatschappij met rechts en links populisme? Meeus beschrijft wat het in de Verenigde Staten in veertig jaar heeft opgeleverd: een onbestuurbaar land dat zo doordrenkt is van wantrouwen dat zelfs luiers, bier en onderwijs gepolitiseerd worden. (...) Het creëert een maatschappij waarin mensen alleen nog geloofwaardigheid kunnen kweken door een dagelijkse show op te voeren. 

Het paradoxale van zo'n beschrijving is natuurlijk dat het zo'n Amerikaanse tekst is: een beetje over de top met kreten als 'onbestuurbaar', 'doordrenkt van wantrouwen', enzovoort. Zelfs de waarschuwing tegen het populisme moet kennelijk in een populistische verpakking gestopt worden om nog gelezen te worden.
Gelukkig weet Meeus in het boek zelf die valkuilen wel te vermijden. Hij doet dit door zich te richten op het individu, de enkele Amerikaan die hij ontmoet. De Republikeinen die besluiten op Obama te stemmen omdat McCain zo'n oude man is, bijvoorbeeld. Of het meisje dat wordt doodgeschoten door een hysterische aanhanger van de Tea Party en die nota bene op 11/9 geboren blijkt te zijn.

Meeus spreekt zichzelf ook soms vermanend toe om dat te doen, om inderdaad op dat individu te blijven letten. Hij zegt niet expliciet waarom dat zo is, maar het ligt voor de hand. Het populisme gelooft dat 'het volk' een eenheid is met een bepaalde opvatting. De individuen gaan daarin op en iemand met aandacht voor het detail is daarom per definitie geen populist.

Het beeld dat Meeus uiteindelijk oproept is dan ook helemaal niet zo negatief. Jawel, het populisme heeft Amerika in ieder geval sinds de affaire Lewinsky stevig in zijn greep en de consequenties ervan zijn naar en treurig en bar en boos. Maar er is hoop volgens hem, in ieder geval in Californië, waar men meer gericht is op Azië en bovendien probeert om een systeem te bedenken dat juist gematigder, niet-polariserende kandidaten te kiezen. En de grootste hoop zit natuurlijk uiteindelijk in de individuele Amerikaan, die zijn eigen keuzes maakt.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …