Doorgaan naar hoofdcontent

Simon Vestdijk. De koperen tuin. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2011 (1950).

Nederlandse schrijvers worden, dat weet iedereen, na hun dood snel vergeten. Simon Vestdijk overleed in 1971, toen ik nog een peuter was. Ik ben dan ook van de generatie die de naam nog wel kent (en weet dat hij zat te schrijven met een stofzuiger aan om achtergrondgeluid weg te drukken), maar niet noemenswaardig van hem gelezen heeft.

Maar ik heb toch ook de pretentie dat ik belezen ben, dus het moest er eens van komen – ruim veertig jaar na de dood van de meester heb ik een van zijn meesterwerken gelezen, De koperen tuin. Althans, dat het een van zijn beste boeken was, schijnt Vestdijk zelf naar voren te hebben gebracht.

Mij viel het eerlijk gezegd niet mee, dit verhaal van een jongeman die opgroeit in een burgerlijk gezin in een stadje in het noorden van Nederland, die gefascineerd raakt door de 'kunstenaar' van het stadje, een alcoholische pianoleraar annex dirigent, en die verliefd raakt op diens dochter, een grote, jongensachtige vrouw die door de plaatselijke notabelen in het verderf wordt gestort en daarom zelfmoord pleegt.

Het was net alsof Vestdijk dat verhaal niet goed in de hand had, er zitten allerlei elementen in zonder duidelijke functie: eindeloze theoretische verhandelingen over de structuur van de opera Carmen van Bizet en dan ineens aan het eind die zelfmoord – die een beetje op niets af gebeurt, die bijvoorbeeld (ook achteraf) nergens wordt aangekondigd. Als moderne lezer verwacht je toch dat er al ergens eerder in het boek een arsenicumpotje had gestaan – zoals bij Madame Bovary. 

Het voelt nu toch een beetje aan alsof de schrijver ineens dacht: ah, nu moet ik aan het eind maar van dat mens af, huppekee. Vreemd is dat overigens: in het echte leven wordt zoiets natuurlijk nooit aangekondigd, maar juist door dat gebrek aan constructie wordt je er in een boek met je neus op gedrukt dat hier iemand iets heeft zitten verzinnen. Pas als de vorm mooi en afgerond is, kun je vergeten dat er daar een man heeft zitten schrijver, met een stofzuiger op de achtergrond.


Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Nick Hornby. Funny Girl. Penguin, 2015.

Nick Hornby leeft in een fijne wereld, die uit twee kanten bestaat. Aan de ene kant is er competent uitgevoerd werk. Aan de andere kant bestaat er pretentieloos, maar daarom niet minder competent uitgevoerd vermaak.

Het is een wereld van romantische komedie, zij het dat die komedie ook nog best 30 jaar door kan gaan en dan nog altijd niet verzuurt. Het is een wereld waarin je af en toe geniet van een voetbalwedstrijd en dan weer van een goed boek. Het is een wereld waarin je niet eens heel veel moeite hoeft te doen om mooie, door veel mensen gemaakte dingen hoeft te maken, omdat het je eigenlijk allemaal aan komt waaien.

Het is in dit boek de wereld van Barbara uit Blackpool die aan het begin van de roman – die zich afspeelt in de jaren zestig – wegloopt als ze tot Miss Blackpool verkozen wordt en denkt dat er iets beters op haar wacht en die dan binnen korte tijd inderdaad haar eigen sitcom krijgt op de BBC. Die moeiteloos vervolgens miljoenen kijkers aan zich bindt.

Veel spanning zi…