28.8.12

Rolf Hosfeld. Tucholsky. Ein deutsches Leben. München: Siedler, 2012.

Stalkers menen soms dat ze recht hebben op hun object van bewondering omdat ze denken er zoveel op te lijken: al hun gedachten worden immers ook door de bewonderde held uitgedrukt? Heeft die held dan soms geen toegang tot hun hoofd, en hebben zij dan niet omgekeerd evenveel recht op het zijne? Dat zij maar krabbelaars zijn en niets hebben gedaan dat zelfs maar in de buurt komt van wat de gestalkte heeft gedaan, dat doet er niets toe.

Wat ben ik blij dat Kurt Tucholsky al meer dan dertig jaar dood was toen ik geboren werd, want wat had ik hem anders gestalkt. (Hij stierf zo'n beetje op de leeftijd die ik nu heb.)

 Wat ik nu precies met hem gemeen denk te hebben, kan ik niet zeggen. Hij heeft om te beginnen onvergelijkelijk veel meer ellende over zich heen gekregen dan ik: de Eerste Wereldoorlog om te beginnen, en een haarscherp aanvoelen van de politieke situatie in de jaren twintig en vroege jaren dertig (hij stierf in 1935) daarna. Bovendien was hij een grote, zeer talentvolle schrijver en dichter en kennelijk ook spreker. Niets van dat alles bij mij, met een naar verhouding behoorlijk gezapig leven en een en al middelmatigheid.

En toch.

Het zit 'm denk ik in de toon: er is iets in het ritme van Tucholsky's zinnen, zijn heen en weer schakelen tussen dialect en hoog-Duits, zijn zeker voor Duitsers ongedwongen manier van zich uitdrukken waardoor ik het idee heb dat ik dat ook zo had kunnen denken. Zelfs als ik het helemaal niet met hem eens ben.

Gelukkig citeert Rolf Hosfeld regelmatig uit het werk van Tucholsky in deze biografie, en gelukkig zet hij dat hele leven ook nog eens goed op een rijtje: het gedoe met vrouwen, zijn politieke engagement, zijn liefde voor de letteren, zijn totale desillusie en depressie in de laatste levensjaren. De ondertitel ein deutsches Leben suggereert misschien dat Tucholsky een exemplarisch leven had voor zijn tijd, maar dat is niet zo. Daarvoor zag hij veel dingen te scherp en andere dingen op een eigen manier. Wel laat Hosfeld goed zien hoe goed Tucholsky zijn tijd aanvoelde en hoe je dus uit zijn denken de Duitse samenleving van het begin van de twintigste eeuw helemaal kunt reconstrueren.

Maar daarbovenuit stijgt voor mij dan toch weer die man. Dat ben ik, zo ben ik ook. Ik kan niet eens uitleggen, waaraan het ligt, het zal het ritme wel zijn.

Geen opmerkingen: