Doorgaan naar hoofdcontent

Karel van het Reve. Uren met Henk Broekhuis. Amsterdam: Amsterdam University Press, 2006 (1979)

De meeste Nederlandse schrijvers raken, zo wordt algemeen beweerd, na hun dood snel vergeten. Er is zeker de laatste jaren een soort explosie van openbaar verdriet en aanhankelijkheid vlak na hun sterven, en daarna wordt het werk opgeborgen in een bibliotheek, voortaan het domein van specialisten. Ik geloof dat dit niet aan de hand is met Karel van het Reve.

Sterker nog, bijna het omgekeerde lijkt te gebeuren. Van het Reve wordt omarmd in de kranten, hij wordt door hedendaagse schrijvers als Arnon Grunberg en columnisten als Theodor Holman genoemd als belangrijk voorbeeld. Het zou me niet verbazen als hij binnen een paar jaar beter gelezen wordt dan zijn broer Gerard die (ik zeg het er maar bij) tijdens hun beider leven zonder enige twijfel als de belangrijke schrijver werd gezien.

Ik ben bang dat dit komt doordat Van het Reve zo toegankelijk is en daarbij ook nog een aardige truc toepaste: hij beweerde dat toegankelijk schrijven vaak wordt misverstaan, dat mensen denken dat toegankelijkheid gebrek aan diepzinnigheid betekent, dat toegankelijk schrijven juist enorm moeilijk is, en nastrevenswaardig. Dat laatste is vast waar, maar met die eerste mededelingen wordt een valstrik neergezet: het wordt bijna onmogelijk om te zeggen dat Van het Reve inderdaad nogal oppervlakkig was.

Toch is dat volgens mij wel zo.

Een paar jaar geleden is zijn Uren met Henk Broekhuis opnieuw digitaal uitgegeven, een verzameling stukjes waarin hij zogenoemde opinions chics kritisch bespreekt - meningen die iedereen kritiekloos van elkaar overneemt, zoals dat schrijvers de taal verrijken of dat je iets pas echt begrijpt als je er de historische achtergrond van kent.

Mij valt in de eerste plaats de, al dan niet gespeelde, achteloosheid op als het gaat om feiten en bronnen. Voortdurend maakt de schrijver melding van het feit dat hij nu even niet meer weet van wie een bepaald citaat ook weer is, of hoe een bepaalde figuur ook weer heet. Het is een soort gespeelde nonchalance, maar natuurlijk ook een waar je echte nonchalance makkelijk achter kunt verbergen. Ik houd toch meer van stukken waarin het niet draait om de gespeelde onnozelheid van de auteur, maar je iets meer controleerbare eigenschappen krijgt voorgeschoteld. (Mijn favoriete voorbeeld: een artikel van een paar jaar geleden in de New Yorker, waarin de schrijver liet zien dat er geen enkele rationele reden is om te denken dat er een verband bestaat tussen het koud hebben en verkouden worden. Met zeer leesbare en goed geformuleerde samenvattingen van de wetenschappelijke literatuur. Ik weet niet meer wanneer het precies verscheen, dat moet u zelf maar opzoeken.)

Daar komt bij dat je met die opinions chics natuurlijk een makkelijke prooi hebt: het zijn weliswaar zaken die mensen min of meer geloven, maar waar niemand echt verantwoordelijkheid voor wil nemen en waarmee je de lezer, die het pas zelf nog dacht, dus makkelijk kunt laten lachen om de onnozelheid van al die mensen die zoiets geloven.

Ten slotte valt me op, hoeveel overbodigs er eigenlijk in die stukken staat. Vooral het aantal voorbeelden waarin een bepaalde opinion in het belachelijke wordt getrokken houdt maar niet op. 'Je kunt de feiten niet begrijpen als je de achtergronden niet kent.' Van het Reves bezwaar is dat je dan aan die achtergronden ook weer de achtergronden zou moeten kennen (alsof er geen verschil is tussen kennen en begrijpen, maar enfin.) En dan volgt er een eindeloze opsomming van feiten met achtergronden en de vraag wat de achtergronden zijn van die achtergronden.

Ja, zeggen nu de Revianen, maar het gaat om de kostelijke stijl waarin het verpakt is! Accoord, zeg ik, kostelijk, kostelijk, maar door die bijzonder levendige en begrijpelijke stijl moeten we niet gaan denken dat er iets diepzinnige werd gezegd.

Reacties

Anoniem zei…
Is dat niet een straw man-redenering? Bij mijn weten heeft Karel van het Reve nooit beweerd dat Uren met Henk Broekhuis een diepzinnig boek was. Hij had er denk ik gewoon schik in om die opinions chics zonder enige wetenschappelijke pretentie te fileren.
Ik begrijp niet zo goed wat u bedoelt met 'straw man'-redenering. Dat betekent meestal dat je een zwakke tegenstander bedenkt die met een slecht argument komt tegen een stelling die je wilt verdedigen waarop je dat argument neersabelt. Daarvan is toch geen sprake?

Ik maak uit de rest van uw reactie op dat u vooral vindt dat het niet eerlijk is om Van het Reve te toetsen aan criteria die hij niet voor zichzelf aanlegde. Dat is wel een bekende stelregel in de kunstkritiek (dat je ieder werk op de intenties van de kunstenaar moet beoordelen), maar een weblog zoals dit, dat van mij, trekt zich daar niets van aan – het is niet mijn bedoeling de schrijver recht te doen, maar verslag te doen van mijn eigen leeservaring. Het is mij duidelijk dat Van het Reve met opzet geen bronnen en dergelijke noemde, maar toch stoort het me (een beetje).
Anoniem zei…
Ik was niet duidelijk. Je leek te suggereren dat Van het Reve zich met die "aardige truc" niet alleen indekte tegen eventuele beschuldigingen van oppervlakkigheid, maar zich ook in het verlengde daarvan een air van diepzinnigheid aanmat.

Wie zich van een straw man-redenering bedient hoeft overigens niet per se een zwakke tegenstander te bedenken. Kenmerkend voor zo'n aanpak is vooral dat argumenten of beweringen van een ander niet helemaal juist worden weergegeven, waarna die foutieve voorstelling wordt aangevallen.

Maar goed, ik zie zelf ook wel dat ik aan het gissen ben (je "leek" te "suggereren"). Het leuke aan deze blog vind ik dat jou in boeken dingen opvallen die mij niet zijn opgevallen, en volgens mij ook menige "officiële" recensent niet. En ook dat je af en toe een vooroordeel van mij bevestigt tegen boeken die ik nooit heb gelezen.

Populaire berichten van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …