27.5.12

Ray Monk. Ludwig Wittgenstein. The Duty of Genius. London: Vintage, 2011 (1991).

Bertrand Russell vond dat zijn voormalige protégé Ludwig Wittgenstein zich het na het schrijven van zijn Tractatus logico-filosoficus maar gemakkelijk maakte. Wittgenstein begon gaandeweg steeds meer filosofische vraagstukken op te lossen door ze onzinnig te verklare. 'Wat is tijd?', bijvoorbeeld, is een vraag die gebaseerd is op een grammaticafout: je kunt zulke dingen helemaal niet vragen, je moet accepteren dat de tijd er is.

Lekker makkelijk, dacht Russell, want die 'onmogelijke' vraag blijft toch maar lekker hangen.

Dat Wittgenstein het zich bepaald niet gemakkelijk maakte, blijkt wel uit deze biografie. Wat een gekweld en getourmenteerd leven had die man af en toe, wat was het denken een worsteling voor hem en het leven ook, en wat nam hij beide toch vreselijk serieus. Monk leidt de lezer in in leven en denken van de grote filosoof — en laat zien dat die twee met elkaar verbonden zijn, dat je het ene niet kunt begrijpen zonder het andere. Waarover Wittgenstein in zijn werk niet kon spreken, dat probeerde hij te tonen in zijn leven.

Overigens vond Wittgenstein dat Russell het zich omgekeerd ook te gemakkelijk maakte, met zijn populair-wetenschappelijke boeken. Tegelijkertijd bleven de twee mannen elkaar steeds trouw — ze bleven contact houden, en Russell bleef aanbevelingsbrieven voor Wittgenstein schrijven. (Je krijgt niet de indruk dat W. zelf zoiets weleens deed, maar hij raadde zijn beste studenten toch al bij voorkeur aan om geen beroepswijsgeer te worden, maar iets anders te gaan doen. Zoals hij zelf ook toen hij al dik vijftig was nog serieus overwoog om arts te worden.)

Het fijne van Wittgensteins biografie is dat de man ook zoveel interessante tijdgenoten is tegengekomen. Twee intellectuele helden, Alan Turing en Karl Popper, waren bijvoorbeeld ooit zijn tegenstander — ach, dat je zo'n discussie zou hebben mogen meemaken!

Geen opmerkingen: