Doorgaan naar hoofdcontent

Alessandro Baricco. I barbari. Saggio sulla mutazione. Milano: Feltrinelli, 2011 (2006).

Wij zijn de barbaren en we staan voor de poorten van onze beschaving. We zijn nomaden, misschien niet in fysieke zin, maar wel in intellectuele: in plaats van ons ergens te vestigen (ons in een onderwerp te specialiseren), surfen we rond. We geloven niet meer in de diepe ervaring die moeite kost, het boek dat veroverd moet worden, maar alleen nog maar in het hoppen van de ene ervaring naar de andere. We willen spektakel, we willen nieuws, we willen toegankelijkheid. En daarmee maken we een oude traditie kapot.

Dat is ongeveer het betoog van Alessandro Baricc, voor u handig samengevat in een paar regeltjes zodat u ook snel weer verder kunt met uw leven.

Baricco laat zien dat er aan het binnenvallen van de barbaren niet te ontkomen valt. Dat het een trend is die al diep in de negentiende-eeuw werd ingeze, toen een muziekcriticus over de negende van Beethoven schreef dat het zo op effectbejag uit was, alleen geschikt voor de lezers van romannetjes — terwijl de negende en het lezen van romans nu zo ongeveer het hoogtepunt zijn van onze beschaving. Dat het onder andere een bijeffect is van democratisering en een grotere toegankelijkheid van cultuurproducten voor iedereen. En dat de omgekeerde cultuur, van streven naar het hoogste en het goede, de grote verschrikkingen van de twintigste eeuw mogelijk gemaakt heeft.

Het interessante is dat Baricco's eigen essay zelf ook duidelijk een product is van een barbaar: geschreven voor een krant in korte, hapklare afleveringen, met een cultuuroverzicht dat erudiet is maar vooral ook vol grootse gebaren zit. Dat elegant geschreven is, maar in de 'toegankelijke stijl' die volgens Baricco het kenmerk is van de barbaren.

En dat uiteindelijk ook niet heel erg de diepte ingaat. Regelmatig raakt hij iets aan om dan te zeggen "Dit is geen boek over X". En zelfs waarom het nu precies erg zou zijn als die oude cultuur verdwijnt (als niemand Thomas Mann meer leest), weet Baricco niet duidelijk te maken.

Mijn idee is: de mens is van oorsprong een nomade, een barbaar die altijd op zoek is naar prikkels, heel veel prikkels, en die bovendien in groepen leeft. Er zijn tijden geweest dat het kennelijk relatief moeilijk was om al die prikkels te vergaren. Daarom moest men het doen met die grote meesterwerken, die door individuen geschapen werden, genieën.

De mensheid gaat nu weer terug naar een natuurlijker manier van leven: als collectief, op zoek naar prikkels. Dat lijkt gevaarlijk omdat we uit een andere manier van leven vandaan komen en dat roept, zoals Baricco beschrijft, gevoelens van nostalgie op: ook ik houd van Mann, ook ik kan me een wereld zonder hem niet goed voorstellen. Maar ik kan ook geen goede argumenten bedenken waarom zo'n wereld slechter af zou zijn.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…