Doorgaan naar hoofdcontent

Harry Mulisch. De aanslag. Amsterdam: De Bezige Bij, 2009 (1982)

Dertig jaar na verschijnen is De aanslag een klassieker in de Nederlandse literatuur en mij lijkt dat na dertig jaar ook terecht.
Wanneer heb ik dit boek voor het eerst gelezen? In 1982 was ik nog net iets te jong, vermoed ik, maar het gebeurde wel op de middelbare school, dat wil zeggen, vóór 1986. Daarna heb ik het denk ik nog wel een keer of twee gelezen; ik weet niet meer of ik de film gezien heb. Ik heb er wel beelden van, maar die kunnen ook gekomen zijn uit een documentaire over Mulisch - een van de belden betreft het beeld van de schei er die geniet van het feit dat naar aanleiding van zijn fantasie nu een huis in de brand wordt gestoken. Dat zat in ieder geval niet in de film.
Van het boek kon ik me meer herinneren. Ik zal wel niet de enige Nederlander zijn die op ieder willekeurig moment een adequate samenvatting kan gevenvan het plot, maar er waren ook een aantal details die ik nog wel in detail wist: de regelmatige verwijzingen naar tanden (het rijtje huizen waaruit een huis ontbreekt ziet eruit als een haveloos gebit, Anton Steenwijk wordt gedwongen mee te doen aan de vredesdemonstratie door zijn tandarts, en zo voorts). Maar er waren ook details die me nooit eerder waren opgevallen of die ik vergeten was: Peter, de broer van Anton, zit op de avond voor de aanslag een zin van Homerus te vertalen waarin de strijd tussen twee legers wordt vergeleken met het op elkaar stoten van twee riviere , en dat beeld van rivieren komt ook een aantal keer terug, het prominentst in, alweer, die vredesdemonstratie, die heel Amsterdam overspoelde met vele stromen mensen.
De aanslag is een klassieker omdat het voor een deel het Nederlandse beeld van de Tweede Wereldoorlog mede bepaalt: alle denkbare partijen komen aan de orde, en allen voelen zich slachtoffer en negeren hun eigen daderschap. Maar los daarvan is het een krachtig boek, waarin nog van alles te ontdekken valt en dat ik hopelijk nog vaker zal lezen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …