Doorgaan naar hoofdcontent

Johan Wolfgang von Goethe. Faust. Der Tragödie erster Teil. Gutenberg.org: 2000 (1808).

Goethe. Faust Ik heb me vandaag grondig geërgerd aan Goethe en zijn Faust. Ik zat in Italië in de tuin, in de weldadige schaduw van een olijfboom, met de tekst op mijn e-reader én tegelijk voorgelezen op mijn iPod. En tegen het einde ergerde ik me dood. Het was dat Faust naar de hel gesleept werd door Mephistopheles, want anders had een van mijn apparaten het niet overleefd.

Ik vind dat Goethe pretentieus bazelt. Dat hij een boodschap brengt dat het ware leven zich buiten de studeerkamer bevindt, terwijl hij zelf niet de indruk wekt daar ooit uit vandaan gekomen lijkt te zijn. Dat hij gevoelens boven alles stelt, maar die gevoelens vervolgens larmoyant maakt. Het eindeloze gejammer van Gretchen aan het eind van het stuk - oh, wat is ze toch onschuldig, en oh, wat wordt ze toch gek van verdriet - vind ik een smakeloze imitatie van Orphelia in Hamlet. Het hele stuk is vooral namaak, een namaak-middeleeuwse sfeer, opgeroepen aan het begin van de negentiende eeuw.

Het ligt vast aan mij. Goethe is niet voor niets de grootste klassieke Duitse schrijver - hij heeft gedichten geschreven die ik heel mooi vind, maar zijn reputatie is toch ook gebaseerd op Faust. Ook zie ik heus wel dat het Duits adembenemend is, en dat de tekst heel veel beroemde zinswendingen heeft opgeleverd en dat dit niet voor niets is. Ik wil dus ook heus aannemen dat de bewonderaars van Goethe helemaal gelijk hebben. Maar ik kan in dat geval niet over mijn ongelijk heenstappen.

Reacties

Gerard Duluc zei…
Beste Marc,

Als recencent heb je jezelf hiermee totaal ontmaskerd; ik ben zelfs geneigd te spreken van onvoorstelbare onbenulligheid. Je verkeert nog volledig in de greep van bot materialistisch denken! Geen wonder dat je geen snars van Goethe's Faust hebt begrepen. Kijk toch eens verder dan je korte neus lang is!
MvO zei…
Beste Gerard Duluc,

Laat ik beginnen met te zeggen dat ik het sentiment goed ken: er is een boek waar je zielsveel van houdt, en dan komt er iemand beweren dat hij dat boek niet waarderen kan. Zoiets is moeilijk te geloven en doet je meteen twijfelen aan het verstand of de smaak van de persoon die dat beweert of beide. Ik wil trouwens ook best aannemen dat daar in mijn geval alle reden voor is.

En toch. Ik geloof om te beginnen niet dat ik als recensent een masker draag. Ik schrijf op dit blog over de boeken die ik gelezen heb voor mijn plezier, daar ben ik vrij expliciet in. Ik ben me ervan bewust dat ik ernstig te kort schiet door Faust niet te kunnen waarderen, dat blijkt volgens mij eigenlijk ook wel uit dit stukje. Ik heb echter geen idee wat 'materialistisch denken' precies is, of waarom het slecht is, of waar uit mijn stukje blijkt dat ik eraan lijd.
Anoniem zei…
Tja, smaken verschillen en het is natuurlijk uw goed recht er die mening op na te houden, maar ik ben het helemaal niet met u eens. Faust is een van de meest diepzinnige boeken die ik ooit gelezen heb en een van de weinige (samen met Hamlet, Macbeth, enkele andere stukken van Shakespeare en de Zarathoestra) waaruit ik verbatim kan citeren en waarvan zinswendingen spontaan bij mij opkomen, zowel op de meest gewichtige als de meest onbewaakte momenten. Goethe is ongetwijfeld een van de grote geesten van alle tijden (een zeer select gezelschap van een paar honderd mensen op de schier ontelbaren die ooit geleefd hebben) en wat hij zegt is bij tijden zo mooi en raak dat een mens er de tranen van in de ogen krijgt... Natuurlijk zijn de Duitsers nogal geneigd tot sentimentaliteit, maar het lot van Gretchen is hartverscheurend en hoewel ik zelf ook niet bepaald te vinden ben voor goedkoop sentiment in het leven van alledag vind ik in de Faust enkel edele emoties terug en dit verhaal is allesbehalve larmoyant zoals u zegt. Dat het namaak zou zijn is onterecht en eerlijk gezegd geen bijster intelligente opmerking: nihil nove sub sole (alle schrijvers lenen van anderen en legenden: waar denkt u dat bv Shakespeare de mosterd vandaan haalde?), maar Goethe's behandeling van de oude mythe (die trouwens ook inhoudelijk afwijkt van het middeleeuws grondplan) is weergaloos en zeer modern voor zijn tijd. Dat het de tand des tijds heeft doorstaan en alom hooggeprezen wordt zegt trouwens veel, de kans lijkt mij groter dat de generaties sinds Goethe (overal ter wereld trouwens) eerder gelijk zullen hebben dan een individu. Dat Goethe nooit uit zijn studeerkamer zou zijn gekomen is trouwens manifest verkeerd en hij was zeker geen dorre kamergeleerde, leest u maar eens een biografie van hem dan zal dat snel duidelijk worden.

U mag vinden wat u wilt (of een boek goed dan wel slecht is valt niet empirisch of zelfs maar rationeel te bewijzen), maar ik denk niet dat u het verhaal goed begrepen heeft... Ik begrijp niet hoe iemand dit magistrale stuk saai en larmoyant kan vinden. U moet toch ook geleefd en liefgehad hebben?

Linus
Beste Linus,

Ik ben vereerd door zo'n lange reactie. Ik wil niet uitsluiten dat ik niet goed gelezen heb en/of dat ik het verhaal niet goed begrepen heb en/of dat ik niet daadwerkelijk geleefd en liefgehad heb. Maar ik denk aan de andere kant ook niet dat ik "ongelijk" heb en de anderen - die inderdaad met zeer velen zijn en over enkele eeuwen verspreid - "gelijk". Er ís geen gelijk in dezen. Wel zal ik over enige tijd toch wat meer Goethe moeten lezen (of misschien wat meer over hem). Wie weet raak ik dan ook ineens gegrepen.

Marc

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …