Doorgaan naar hoofdcontent

Mark Boog. Er moet sprake zijn van een misverstand. Amsterdam: Cossee, 2010

Mark Boog. Er moet sprake zijn van een misverstand Ik zou graag willen beweren dat ik Mark Boog volg, maar inmiddels is het alweer viereneenhalf jaar geleden dat ik een bundel van hem gelezen heb, De encyclopedie van de grote woorden. Dat is nu het voordeel van zo'n leeslog, dat je je eigen onzin kunt corrigeren. Ik schepte toen nog op dat ik al Boogs boeken gelezen had, inmiddels heb ik er een paar voorbij laten gaan.

Boogs poëzie is onpersoonlijk, valt me nu op. Sommige gedichten hebben zelfs letterlijk het onpersoonlijk voornaamwoord men als onderwerp:

Men voert zijn gevolg de afgrond in,
een ordentelijke, ernstige processie,
bekreunt zich om het weer, om pijntjes,
om de stemming.

Andere gedichten gaan uit van een al bijna even onpersoonlijk wij:

Hoe snel worden wij vergeten — wie? Wij. Wie?
Wij. Hoge golf, rotskust, aflandig
de verraderlijke stroming. En ach, we lachten,

Sommige gedichten hebben zelfs helemaal geen concreet onderwerp: de abstracties heersen:

Veel is vergeten, veel herinnerd,
veel veranderd, omwille van de goede vrede
in het malende hoofd, dat woedend wint
wat het lichaam verliest: snelheid en onkunde.

Er zijn ook wel gedichten met een je of een ik, maar die laatste wordt dan soms weer in twijfel getrokken:

Wie? Ik niet. Aan mij voorbij
de luchtige schaduw
die ook een sierwolk had kunnen zijn,
(...)
Ik ben een olievlek,een onuitputtelijk vat zaad,
een dromer van andere, betere werelden —
het is bekend dat die bestaan.

Het zijn aardige experimenten, maar ze zijn ook een beetje steriel. Wat ik vroeger zo mooi vond aan Boog was dat er af en toe een prachtige formulering door de koele vormen heenbrak, dat er wel geprobeerd werd om de waanzin te bedwingen, maar dat die net (in zijn huis-tuin-en-keuken-variant weliswaar) door de tegels kwam zetten.

Aan de andere kant, de mooie zinnen zijn er nog steeds wel. "Mijn luiheid maakt deel uit van een gewiekst plan" verdient het om een nieuw spreekwoord te worden. Net als: "Welaan, weer buiten." Of: "Iemand zou het moeten vastleggen, een hond aan een ketting op een foto."

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …