Doorgaan naar hoofdcontent

Peter Middendorp. Lange poten. Een jaar lang vreemdeling in Den Haag. Amsterdam: Prometheus, 2008.

Peter Middendorp. Lange Poten Zes jaar geleden las ik de eerste roman van Peter Middendorp, en ik bedacht dat hij misschien beter non-fictie kon schrijven. En zie eens, dat doet hij inmiddels. Op het Binnenhof schijnt hij inmiddels een bekende en zelfs enigszins beruchte figuur te zijn — een schrijver die weigert zich aan de code te houden.

Iedereen moet er kennelijk een beetje aan wennen: de voorlichters, de voorzitter van Nieuwspoort en wie al niet, dat er nu rond hun werkplek — Middendorp woont op de Poten — iemand rondloopt die alles opschrijft wat hij hoort en ziet. Het maakt niet uit of het enorm geheim is, het maakt niet uit of het Middendorp zelf in een wat bedenkelijk daglicht stelt. Hij schrijft het op, en nog steeds in een prettige stijl. Dit is een kenmerkend stukje voor ongeveer al die aspecten, behalve de zelfspot:

Laatst presenteerde Ruud Lubbers een boekje. Iets over dat hij weet hoe het verder moet met de samenleving. Lubbers ws gevraagd bij de gelegenheid te spreken. Dat hoefde je hem overigens geen twee keer te vragen. Man, wat kan die man lang praten. (...) Bij binnenkomst gaf Lubbers de eerste dame die hij tegenkwam opdracht zijn wagen te parkeren. Hij stond ergens op de stoep. Die met de sleutels er nog in.

Ik als lezer moet er ook wel een beetje aan wennen. Middendorp schreef deze stukjes oorspronkelijk voor de gratis krant De Pers. Zoekt hij niet af en toe gewoon naar sensatie? Hij is bijvoorbeeld de bron van het gerucht dat twee PvdA-Kamerleden in een al te innige omhelzing waren aangetroffen in de fractiekamer van het CDA. Maar hij noemde hun namen niet, en stelt ook weer die hang naar sensatie ter discussie. Dit maakt dit boek, al bestaat het ook alleen maar uit stukjes, en ook al gebeurde er het afgelopen jaar maar weinig op het Binnenhof, uiteindelijk tot een behoorlijk ingewikkeld boek, waarover je veel kunt nadenken.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …