Doorgaan naar hoofdcontent

William Boyd. Armadillo. London: Penguin, 1998.

Een expert op het gebied van 'verliesbeperking' -- iemand die voor een verzekeringsmaatschappij probeert vast te stellen of de geleden schade wel zo hoog is als door de schadelijder is opgegeven -- raakt steeds meer in de problemen omdat iedereen de schuld voor alles op hem afschuift. Een vrouw die hij nog maar net ontmoet heeft, vertelt haar man dat ze al anderhalf jaar lang een gepassioneerde verhouding met hem heeft, zodat ze die man flink jaloers maakt. Zijn werkgever ontslaat hem om een duistere malversatie wit te wassen, enz. Een amusant boek? Als je net als ik kort geleden een ander boek van William Boyd gelezen hebt, Stars and bars, vallen je de overeenkomsten op met dit boek. Een man die een beroep heeft dat taxatie inhoudt (in S&B taxatie van kunstwerken, in dit boek van verliezen voor de verzekering) en die het gevoel heeft dat hij zijn leven op orde heeft, wordt ineens geconfronteerd met allerlei zich opstapelende problemen in zijn privé-leven en op zijn werk. De man in kwestie is in een land waar hij in zekere zin niet thuis hoort (een Brit in Amerika in S&B, een kind van zigeuners in A). In zijn privé-leven zijn er relaties met vrouwen die van elkaars bestaan niet afweten; op het werk blijkt hij van alle kanten bedrogen te worden. Eén probleem is in beide gevallen dat zijn auto onklaar wordt gemaakt (de wielen worden eraf geschroefd of de lak wordt in de brand gestoken). En in allebei de boeken speelt een asociale familie een belangrijke rol -- het eigen gezin in A, het gastgezin in S&B.

Ja, het is toch wel een amusant boek, ik heb me niet verveeld. Maar ik zou niet snel een nieuw boek van Boyd lezen: om ditzelfde verhaal nu binnen een paar maanden nágmaals tot me te nemen, dat lijkt me een beetje veel van het goede.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …